Author: Hivos
Publishing date: 17.03.2004 17:55

III Genetische manipulatie van voedsel en landbouwgewassen

 

Geschiedenis

Huidige stand van zaken

Herbicidenresistentie
Insectresistentie
Andere manipulaties
Veldproeven
Gentechbomen

 

Geschiedenis

 

In 1983 lukte het voor het eerst een transgene plant te maken. Het duurde echter tot 1994 voor een transgene plant voor het eerst commercieel werd geteeld (in de VS). Het betrof een transgene tomaatplant die zodanig gemanipuleerd was dat de tomaten langer houdbaar waren. In de praktijk bleek dat echter nogal tegen te vallen en het project mislukte binnen enkele jaren. In 1995 kwamen er meer transgene planten op de markt: soja, katoen en koolzaad en weer een jaar later maïs. Deze gewassen waren gemanipuleerd om ze herbicideresistent of insectresistent te maken: het zijn deze twee manipulaties die commercieel een hoge vlucht namen.

 

Een Britse transgene tomaat met lange houdbaarheid werd verwerkt in tomatenpuree, maar deze tomaat werd, net als de Amerikaanse, wegens gebrek aan commercieel succes na korte tijd van de markt gehaald. Sindsdien zijn in de EU nog transgene variëteiten van anjer, suikerbiet en aardappel toegelaten en in de VS bovendien een mergpompoen en een papaja. In Australië is ook een transgene roos toegelaten. De manipulaties betreffen hier bloemkleur, vaasleven, zetmeelsamenstelling, virusresistentie of opnieuw herbicideresistentie of insectresistentie.

 

 

Een toelating van gemanipuleerde luzerne (alfalfa) in de VS uit 2005 is door een Amerikaanse rechtbank weer teruggedraaid omdat boeren, consumenten en milieuorganisaties erop wezen dat het ministerie van landbouw (USDA) geen goede milieurisicoanalyse had gemaakt. De toelating van de transgene suikerbiet in de VS in 2008 werd om dezelfde reden door de rechter teruggedraaid (waarmee ook de export daarvan naar de EU gestaakt is). In geen van beide gevallen heeft het USDA tot nu toe een betere milieurisicoanalyse gemaakt. Transgene vlas (ofwel lijnzaad) is in Canada korte tijd toegelaten geweest, maar is later weer verboden omdat het de export van vlas naar Europa in gevaar bracht: in Europa wilde men gentechvrije vlas.

 

top

 

 

Huidige stand van zaken

 

Andere gewassen worden nog niet in transgene vorm commercieel geteeld. De EU-toelatingen betreffen hoofdzakelijk import voor verwerking in voedsel, veevoer of andere producten (kleding, brandstof, enz.). Voor de teelt zijn in de EU momenteel alleen een maïs-, een aardappel- en een anjervariëteit toegelaten, die respectievelijk MON810, Amflora en Moonshadow 1 heten.Van enkele andere transgene variëteiten van maïs, koolzaad en anjer die ook gedurende een aantal jaren geteeld zijn in de EU, is de vergunning inmiddels ingetrokken of verlopen. (Zie de databank van GMO Compass en die van de OECD.)

 

Transgene rijst is in de VS weliswaar toegelaten, maar wordt nog nergens ter wereld commercieel geteeld: de zaadbedrijven schrikken daarvoor terug omdat enkele schandalen met besmetting van gentechvrije rijst vanuit veldproeven in de VS en China grote schadeposten voor rijstboeren opleverden. De besmette rijst werd over de hele wereld aangetroffen, maar de betreffende rijstvariëteiten waren op dat moment zelfs in de VS nog niet commercieel toegelaten. De status van rijst als volksvoedsel speelt echter ook een rol: het verzet tegen transgene rijst is groot. Transgene tarwe is om deze reden nog nergens toegelaten. Opvallend genoeg heeft de status van volksvoedsel bij maïs de commercialisatie echter niet verhinderd. Om de genetische manipulatie van sorgo, volksvoedsel in Afrika, woedt in Zuid-Afrika een heftige strijd, maar dit is nog in een experimenteel stadium.

 

Gentechgewassen beslaan momenteel ongeveer 2,6% van het totale landbouwoppervlak in de wereld. 99% ervan wordt gebruikt als veevoer of brandstof. Meer dan driekwart van deze transgene gewassen wordt in slechts drie landen geteeld: de VS, Argentinië en Brazilië. De rest staat vooral in India, Canada en China. In andere landen worden slechts zeer kleine hoeveelheden geteeld. In de EU vindt alleen in Spanje enige gentechteelt van betekenis plaats (MON810 maïs); zeer kleine hoeveelheden staan in Roemenië, Tsjechië, Slowakije, Polen en Portugal. (Gegevens van Friends of the Earth Europe.)

 

Voedingsmiddelen bevatten in de EU vrijwel geen ingrediënten uit gg planten, maar wel uit gg micro-organismen. De gg planten die in de EU worden geïmporteerd, worden voor het overgrote deel verwerkt in veevoer (in hun geheel of bijvoorbeeld als sojameel). Slechts een heel kleine hoeveelheid van de gg planten wordt als ingrediënten in voedingsmiddelen verwerkt (gg sojameel, koolzaadolie, katoenzaadolie, maïsmeel, sojalecithine, enz.). Deze verhouding hangt samen met de Europese etiketteringsregels (zie "Wet- en regelgeving"); kort gezegd: wat op het etiket moet staan, wordt nauwelijks gebruikt door de voedselindustrie, maar wat niet op het etiket hoeft te staan, wordt op grote schaal gebruikt. Ingrediënten uit gg micro-organismen (citroenzuur, diverse vitaminen, xanthaangom en andere) komen ook voor, maar in welke mate is onbekend: dezelfde ingrediënten kunnen ook uit niet-gg micro-organismen afkomstig zijn.

 

In katoenen kleren en andere producten waarin katoen verwerkt is (zoals bankbiljetten), komt een deel gentechkatoen voor; ook hier is de hoeveelheid onbekend. Alleen bij biologische katoen kan de consument het aan het etiket zien: deze is niet genetisch gemanipuleerd. Dit laatste geldt voor alle biologische gewassen en producten: de biologische landbouw en productie verbieden het gebruik van genetische manipulatie.

 

Een groeiende toepassing van gentechgewassen is het gebruik als "agrobrandstof". Hiertoe worden nieuwe genetische manipulaties ontwikkeld (bijvoorbeeld om cellulose om te zetten in brandstof, door bomen of micro-organismen te manipuleren), maar ook bestaande gg gewassen worden nu al voor brandstofproductie gebruikt, namelijk gg maïs (voor ethanol), gg soja en gg koolzaad (beide voor dieselolie). In deze gevallen gaat het dus om herbicide- en insectresistente maïs, soja en koolzaad. Agrobrandstoffen dringen het gebruik van fossiele brandstoffen terug, maar omdat het vaak om voedselgewassen gaat, leggen ze tevens beslag op landbouwgrond die ook voor voedsel gebruikt kan worden. Dit heeft al bijgedragen aan stijging van de voedselprijzen.

 

 

De belangrijkste GGO-ontwikkeling die momenteel in Nederland plaatsvindt, is een tienjarig project voor de ontwikkeling van een aardappel die resistent is tegen de schimmelziekte fytoftora. Wageningen Universiteit en Researchcentrum probeert dit te realiseren door middel van cisgenese; zie verder onder Wetenschap. Dit is een andere aardappel dan die welke al toegelaten is op de EU-markt.

 

top

 

Herbicidenresistentie

Tot nu toe is er slechts een zeer beperkt aantal eigenschappen die met commercieel succes in transgene gewassen zijn ingebouwd. Het gaat met name om herbicideresistentie en in tweede instantie om insectresistentie. Bij herbicideresistentie wordt een plant zodanig gemanipuleerd dat hij resistent wordt tegen een bepaald onkruidbestrijdingsmiddel. Hierdoor kan het bestrijdingsmiddel tijdens de groei van de plant worden toegediend zonder dat de plant sterft. Het betreft tot nu toe vooral de bestrijdingsmiddelen glyfosaat en in mindere mate glufosinaat-ammonium, middelen die normaal gesproken praktisch alle planten doden. Met name soja en koolzaad zijn herbicideresistent gemaakt.

 

top

Insectresistentie

 

Bij insectresistentie wordt de plant zodanig gemanipuleerd dat hij ongevoelig wordt voor een bepaald plaaginsect. Hiervoor worden genen gebruikt van een bodembacterie, de Bacillus thuringiensis (Bt). De insectresistente transgene planten worden daarom ook wel Bt-gewassen genoemd. Deze toepassing vinden we vooral bij maïs en katoen, maar er zijn ook herbicide-resistente maïs en katoen en soms worden beide eigenschappen in een plant ingebouwd. Van alle transgene gewassen die sinds de introductie commercieel geteeld worden is vrij consequent ongeveer twee derde herbicideresistent; de rest is vrijwel allemaal insectresistent of heeft beide eigenschappen.

 

top

 

Andere manipulaties

 

In één gewas, de Amflora-aardappel van BASF die in 2010 is toegelaten op de EU-markt, verandert de manipulatie de samenstelling van het zetmeel in de knol. Aardappelzetmeel wordt, behalve in voedsel, ook gebruikt in lijm, papier, textiel en andere toepassingen. Het zetmeel bevat van nature twee componenten, waarvan er in de niet-voedseltoepassingen maar één gebruikt kan worden. Het scheiden van beide componenten is een tamelijk milieu-onvriendelijk proces. Door de manipulatie bevat het zetmeel van de Amflora alleen de gewenste component en is het productieproces milieuvriendelijker. Omdat echter vrijwel niet te verhinderen is dat het afval van industriële aardappelen als veevoer gebruikt wordt, is deze aardappel ook toegelaten voor veevoer en voedsel. Er zijn overigens al langer aardappelen op de markt die door klassieke veredeling, zonder gentechnologie, ook alleen de gewenste zetmeelcomponent bevatten: bijvoorbeeld de Eliane van Avebe. De Amflora is onder andere omstreden omdat hij een antibioticumresistentie als merkergen bevat. Dit zou de verspreiding van antibioticumresistentie naar bacteriën bij dieren en mensen kunnen bevorderen en daarmee de medische toepasbaarheid van antibiotica kunnen bedreigen.

 

In Australië worden gentechbloemen met veranderde bloemkleur (anjers en een roos) of met een verlengd vaasleven (een anjer) geteeld. Eén van de gentechanjers met veranderde bloemkleur wordt ook in de EU geteeld.

 

Een heel klein percentage van de gemanipuleerde gewassen betreft virusresistentie. Het gaat om een mergpompoen en een papaja. Van de transgene virusresistente mergpompoen van Monsanto (in 1996 goedgekeurd in de VS) wordt weinig meer vernomen; er zijn weinig gegevens bekend over de teelt, maar vermoedelijk wordt hij alleen in de VS in een heel kleine hoeveelheid geteeld. De transgene virusresistente papaja, ook van Monsanto, werd op Hawaï geïntroduceerd, maar bleek daar schimmelgevoelig en sloeg in de export niet aan wegens besmetting van gentechvrije papaja's. In China en Thailand wordt een vergelijkbare papaja op proefvelden getest; hij is daar nog niet op de markt, maar ook vanaf de proefvelden is reeds besmetting van export-papaja's opgetreden. Overigens is op Hawaï met klassieke veredeling een biologische virusresistente papaja geteeld.

 

Al lang wordt er veel onderzoek gedaan om planten droogteresistent of zoutresistent te maken door genetische manipulatie. Gronden die door slecht waterbeheer of door andere oorzaken te droog of te zout geworden zijn, zouden dan weer gebruikt kunnen worden voor de landbouw. Er zijn inmiddels enige variëteiten ontwikkeld op dit gebied, maar nog geen enkele heeft het stadium van commercialisatie bereikt.

 

top

Veldproeven

 

Een onderdeel van het ontwikkelingsproces van transgene planten zijn veldproeven . Hierbij gaat het om allerlei proeven met allerlei gewassen (granen, peulvruchten, groenten, fruit): veel meer dan er uiteindelijk op de markt komen. Behalve het testen van gewassen voor allerlei landbouw- en voedingsdoeleinden worden er ook gewassen getest die medicinale stoffen, zoals groeihormonen of anti-conceptiemiddelen, voor de farmaceutische industrie moeten gaan produceren. Er is zeer veel kritiek op het testen in de open lucht van planten met dit soort stoffen omdat er een reëel gevaar is dat daarmee de voedingsgewassen worden besmet.

In Europa heeft het aantal veldproeven in 1997 een piek gekend van ruim 250 proeven, is daarna sterk afgenomen tot ca. 50 in 2002 en bedroeg in 2008 ca. 90 proeven (cijfers van GMO Compass). Door de grote publieke weerstand in de EU tegen gemanipuleerde voeding die sinds 1996 zichtbaar werd, gaf een groot deel van de voedingsindustrie aan geen transgene planten als grondstof te willen. Mede hierdoor sloot Syngenta in 2000 zijn gentech-onderzoekscentra in de EU. Ook andere bedrijven verlegden hun gentechproefvelden naar de VS of andere landen buiten de EU. In Nederland zijn er proefvelden (geweest) met gg aardappelen, maïs, cichorei en appel. De voedingsindustrie houdt de weerstand in Europa nauwlettend in de gaten, om eventueel alsnog gentechgewassen in de EU te gaan gebruiken.

 

top

 

Gentechbomen

 

 

Onderzoek naar transgene bomen vindt plaats op tal van aspecten. Ook hier vinden we de bij andere planten toegepaste herbicideresistentie en insectenresistentie, maar verder is er onderzoek naar verlaagd ligninegehalte, snellere groei, andere kleur, niet-bloeiend, droogteresistentie etc. Veldproeven met gentechbomen vinden onder andere plaats in de VS, Chili, Indonesië, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en China. De toepassingen zijn met name gericht op kwaliteiten die handig zijn voor gebruik van hout als brandstof en voor de papier- en houtindustrie. Critici wijzen er echter op dat bomen zeer complexe, lang levende ecosystemen zijn en tot op grote afstanden stuifmeel en zaden kunnen verspreiden. Veel informatie over gentechbomen is te vinden bij Global Justice Ecology.

 

top