Het gebruik van gentechnologie in voedsel mag voortaan ook van de Codex Alimentarius van de Verenigde Naties (VN) op het etiket aangegeven worden. De EU doet dit al sinds jaar en dag, maar de Codex Alimentarius Commissie, die wereldwijde normen voor voedsel vaststelt, heeft na achttien jaar onderhandelen nu ook een norm aangenomen voor het etiketteren van gentechvoedsel. Onder druk van de Verenigde Staten is het een uiterst bescheiden tekst geworden, maar de Codex erkent hiermee het feit dat sommige landen gentechvoedsel etiketteren en daartoe ook verschillende benaderingen hanteren. De norm vormt een richtlijn voor (ontwikkelings)landen die willen beginnen met een dergelijke etikettering. Tevens biedt hij bescherming bij eventuele geschillen hierover in de Wereldhandelsorganisatie (WTO): als een land via de WTO door een ander land ervan beschuldigd zou worden dat het de handel belemmert door zijn etikettering van gentechvoedsel, zal het dit geschil winnen als het voldoet aan de nieuwe Codex-norm. Ook zou de norm een steun in de rug kunnen vormen voor de campagne waarmee burgers in de VS hun overheid willen dwingen om gentechvoedsel ook te etiketteren. De voedingssupplementen-industrie, die bang is voor de Codex, zaaide nog enige verwarring door de norm met een verkeerde uitleg te bagatelliseren.
Internationale voedselnormen
De Codex Alimentarius is een VN-orgaan dat normen opstelt voor voedselveiligheid. In principe zijn deze normen vrijwillig, maar doordat de WTO bij het beslechten van handelsgeschillen over voedsel uitgaat van de Codex-normen, zijn WTO-leden eraan gebonden als er zich een geschil voordoet. Doordat de VS ook lid zijn van de Codex Alimentarius, is het opstellen van normen voor gentechvoedsel voor dit orgaan altijd een moeizame kwestie geweest: de VS willen op dit gebied liever niets reguleren, omdat ze dat in eigen land ook niet gedaan hebben. Desalniettemin heeft de Codex inmiddels vier normen voor de veiligheidsbeoordeling van gentechvoedsel tot stand gebracht. Pogingen om ook een norm voor de etikettering ervan op te stellen, begonnen al in 1993 door het Codex Comité voor Voedseletikettering. Heftig verzet van de VS leidde onder andere tot de vaststelling dat het "recht om te weten" of een voedingsmiddel voortkomt uit gentechnologie, "vaagomlijnd en variabel is en daarom niet de basis voor een besluit over etikettering kan vormen". Bijna twintig jaar lang ging het debat voor- en achteruit. Het opstellen in 2007 van een lijst van benaderingen die landen hanteren bij het etiketteren van gentechvoedsel en een lijst van bestaande Codex-normen die er relevant voor zijn, bleek achteraf de beslissende doorbraak. De tweede lijst werd, na nog vier jaar gekibbel over de bewoordingen waarin naar die Codex-normen verwezen wordt, in mei aangenomen door het Codex Comité voor Voedseletikettering en in juli bekrachtigd door de Codex Alimentarius Commissie.
Risicobeheersing
De norm bestaat nu uit een "Bundeling van Codex-teksten relevant voor het etiketteren van voedingsmiddelen voortgekomen uit moderne biotechnologie": een simpele opsomming van andere Codex-normen. Dit lijkt weinig, maar in de beschrijving van het doel van deze lijst worden deze teksten omschreven als "belangrijke richtsnoeren" die relevant zijn voor deze etikettering. Ook wordt vastgesteld dat er "verschillende benaderingen gebruikt worden" voor deze etikettering. Eén van de Codex-normen waarnaar verwezen wordt, stelt bovendien letterlijk dat etikettering een optie is om "de onzekerheden in de risicobeoordeling te kunnen beheersen". Uit een en ander mag afgeleid worden dat de Codex de etikettering van gentechvoedsel hiermee toelaat en normaliseert. Het belang hiervan is ten eerste dat landen, met name ontwikkelingslanden, die nog aarzelden om met etikettering van gentechvoedsel te beginnen, nu weten waaraan ze zich minimaal moeten houden. Daarnaast wordt het nu moeilijk voor de VS om landen die gentechvoedsel geëtiketteerd hebben en voldoen aan deze norm, er binnen de WTO van te beschuldigen dat ze met die etikettering de handel belemmeren. Die etikettering weerhoudt immers de voedselindustrie ervan om gentechingrediënten te gebruiken, zoals de praktijk in de EU laat zien. De EU-etikettering voldoet aan de nieuwe Codex-norm.
Verwarring
De voedingssupplementen-industrie (die bang is voor de Codex omdat ze elke regulering van haar producten wil vermijden en meent dat de Codex die bevordert) stribbelde nog even tegen door verwarring te zaaien over de norm. Haar internationale belangenvereniging stelde in juni, in een bericht op de webplek Food Navigator, dat de Codex hiermee haar pogingen opgaf om gentech-etikettering te normaliseren, aangezien de norm geen definitie van "moderne biotechnologie" bevat. Dat is echter onjuist: de norm verwijst voor deze definitie naar een andere Codex-norm waarin het begrip wel degelijk gedefinieerd wordt – en deze definitie komt uit het Cartagena Protocol voor Bioveiligheid.
Campagne VS
Ook in de VS laten opiniepeilingen geregeld zien dat 85 tot 95% van de burgers willen dat gentechvoedsel geëtiketteerd wordt. De regering van de VS negeert deze wens sinds jaar en dag onder druk van de gentechzaadindustrie, uit vrees dat de voedselindustrie dan net als in de EU zal afzien van het gebruik van gentechgewassen. De kans dat er op nationaal niveau in de VS etikettering komt is ook vrijwel nihil, sinds het Amerikaanse Hooggerechtshof in 2010 besloot dat donaties van bedrijven aan de politiek en de media anoniem mogen blijven: daarmee werd de ijzeren greep van de industrie op de overheid en de publieke opinie in de VS bezegeld. Maar de Organic Consumers Association (OCA), de vereniging van consumenten van biologisch voedsel in de VS, laat zich hierdoor niet afschrikken en voert een burgercampagne ("Millions against Monsanto") om op deelstaat-niveau gentechvoedsel geëtiketteerd te krijgen (zie het artikel "Monsanto nation: taking down Goliath" van de OCA). Daar bestaan in sommige deelstaten mogelijkheden voor, onder andere referenda. Lukt het in ook maar één deelstaat, zo redeneert de OCA, dan kan de industrie het niet maken om deze controversiële informatie aan burgers van andere deelstaten te onthouden: dat zou een PR-catastrofe voor de bedrijven zijn. De nieuwe Codex-norm kan een steun in de rug voor deze campagne vormen, ook al zou het maar een morele steun zijn.