Sinds het gentech-rijstschandaal met zijn dure nasleep kan ook de regering van de Verenigde Staten er niet meer omheen: waar gentech geteeld wordt, treedt ongewenste besmetting op en daar moet iets voor geregeld worden. Daarom zette minister Tom Vilsack van landbouw onlangs een adviescommissie aan het werk om uit te zoeken of en hoe boeren die op deze manier economisch benadeeld worden, schadevergoeding moeten krijgen. In de commissie zijn, opmerkelijk genoeg, zowel voor- als tegenstanders van gentech te vinden.
Commissieleden
Op 30 en 31 augustus kwam de "Adviescommissie voor biotechnologie en 21e-eeuwse landbouw" voor het eerst bijeen. Het Amerikaanse ministerie van landbouw had deze commissie eigenlijk al in de begindagen van de regering Obama, twee jaar geleden, opgericht, maar er nog niemand in gezet. Dat deed Vilsack op 24 juni dit jaar pas. Hij wees 22 leden aan, van wie er acht vertegenwoordigers zijn van kleine of biologische boeren. Onder hen is de bekende wetenschapper Charles Benbrook, hoofdonderzoeker van The Organic Center, onderzoekbureau voor de biologische landbouw. Onder de overige veertien commissieleden bevinden zich een senioradviseur van Pioneer Hi-Bred, topmannen van twee grote graanhandelaren, van de grote maïsboeren-vereniging National Corn Growers Association, van het Donald Danforth Plant Science Center (een onderzoekscentrum dat mede gefinancierd wordt door Monsanto en vlakbij diens hoofdkwartier gevestigd is), een medewerker van het coöperatieve zaadbedrijf Cal/West Seeds en twee universitaire onderzoekers.
Wat moet vergoed worden
Vilsack verzocht de commissie de lastige antwoorden op het coëxistentie-vraagstuk te vinden, die het ministerie al enige tijd bezighouden. De commissieleden moeten zich onder andere buigen over de vraag welke economische verliezen in aanmerking komen voor vergoeding en hoe deze verliezen vastgesteld en gekwantificeerd moeten worden. Maar ook kregen ze van Vilsack de opdracht om te zoeken naar andere maatregelen die coëxistentie kunnen versterken of vergemakkelijken. "Ik vertrouw erop dat mensen die verstandig, redelijk en bereid tot werken zijn, oplossingen kunnen vinden", aldus Vilsack.
Brandstof-maïs
De commissieleden begonnen meteen discussies over de pijnlijke punten: wie moet voor dergelijke verliezen betalen; moet het geld van de belastingbetaler of van de industrie komen; hoe reageert de markt op de problemen; hoe moeten gegevens over verliezen verzameld worden; en op welke punten in het systeem kunnen dergelijke incidenten voorkomen? Toen een commissielid echter opmerkte dat er ook nagedacht moet worden over regelgeving voor gentech-eigenschappen die terechtkomen in gewassen waarvoor ze niet bedoeld zijn – zoals het zetmeelafbrekende vermogen van Syngenta's nieuwe maïs die alleen voor bio-ethanol bedoeld is – kreeg hij een ontwijkende reactie van onderminister Kathleen Merrigan. Zij zei slechts dat de adviescommissie zich op het grote beeld moet richten en niet op afzonderlijke gentechzaad-kwesties. De vraag was echter heel actueel, want deze nieuwe gentechmaïs, genaamd Enogen, kan een catastrofe veroorzaken voor de voedselindustrie als hij eetbare maïs besmet. Het zetmeel daarvan geeft immers het vermogen om soepen en sauzen te binden en geeft bijvoorbeeld ook tortillachips hun vormvastheid; het zetmeel uit deze maïs mag dus juist niet afgebroken worden, terwijl dat bij de ethanolproductie wel gewenst is. Enogen wordt op dit moment voor het eerst commercieel geteeld in de VS en kan dus een heel speciale test voor coëxistentie worden.
USDA Advisory Committee Asked to Consider Compensating Producers for Unintended Biotech Traits
De commissieleden : NGFA Newsletter 14 juli 2011, blz. 8