Amerika kan weer onbelemmerd sojabonen leveren aan Europa dankzij de legalisering van Amerikaanse gg-mais door de Europese Commissie. Minister Verburg legt uit waarom ze voor toelating stemde.
Wat hebben Amerikaanse soja en gg-mais met elkaar te maken? De door Syngenta ontwikkelde MIR604 mais mocht tot deze legalisering nog niet in Europa worden geïmporteerd. Het wordt al wel verbouwd in de VS, Canada en Japan. De afgelopen maanden zijn meerdere scheepsladingen Amerikaanse soja door de EU geweigerd en teruggestuurd, omdat er sporen in gevonden waren van gg-planten die niet in de EU toegelaten zijn, zoals de MIR604 mais. Omdat elke aanwijzing voor de aanwezigheid van niet toegelaten gg-gewassen leiden tot een importverbod voor de gehele vracht (nultolerantie), kon er dit jaar praktisch geen soja uit de VS geïmporteerd worden. In de afgelopen weken is ca. 200.000 ton soja tegengehouden. De vervuiling zou bestaan uit kleine hoeveelheden fijnstof van de gg-mais die ergens tussen oogst en verscheping in de soja terecht zijn gekomen.
Op 20 november heeft de Europese ministerraad voor Landbouw en Visserij gestemd over de toelating van deze mais, waarin een gen ingebouwd is dat een Bt-toxine aanmaakt. Hoewel een meerderheid van de landen in de raad vóór toelating stemde, was de meerderheid niet genoeg om het besluit aan te nemen. In de EU is het zo geregeld dat de Europese Commissie in zo'n geval het eindoordeel mag vellen. Binnen tien dagen nadat de ministerraad niet tot een besluit kon komen heeft de Europese Commissie besloten om deze mais toe te laten. Voor de toelating vertrouwde de Commissie op het wetenschappelijk advies van de omstreden Europese Voedselautoriteit EFSA.
Doordat de mais nu is toegelaten mogen er wel kleine hoeveelheden van deze mais in de soja zitten. "Deze leveringen zijn dringend nodig" volgens een woordvoerder van de Europese producenten van veevoer.
Verklaring minister Verburg
Minister Verburg was ook aanwezig bij de ministerraad. Ze heeft vóór toelating gestemd. In een brief aan de Tweede Kamer heeft ze dit uitgelegd: voor haar staat de veiligheid voor mens, dier en milieu voorop. Dat was met de positieve risicobeoordeling van de Europese Voedselautoriteit EFSA voor haar voldoende zekergesteld, en ze wil de bestaande EU-wetgeving over gg-toelating volgen.
Ze heeft in de raad aangegeven dat ze vindt dat de regelgeving over GGO's in de EU niet langer op alle onderdelen inspeelt op de huidige ontwikkelingen: "Wat Nederland betreft is een oplossing dat na beoordeling en toelating bij de import van producten, conform de huidige regelgeving, de interne marktregels gelden. Bij teelt zouden de lidstaten echter zelf moeten kunnen beslissen." Ze wil ook dat de sociaal-economische dimensie meetelt bij de afweging, en heeft de Commissie gevraagd om snel met voorstellen over de regelgeving voor teelt te komen.
Minister Verburg heeft ook aangegeven dat ze de nultolerantie voor niet in de EU toegelaten GGO's ziet als een belemmering van de handel in grondstoffen voor de diervoeder- en levensmiddelenindustrie, wat de concurrentiepositie van deze sectoren kan schaden, zou kunnen leiden tot banenverlies en de prijs van eten en diervoer zou opdrijven. Daarom heeft ze de Commissie opgeroepen om met een technische oplossing te komen voor "de onbedoelde en onvermijdelijke aanwezigheid van sporen van nog niet in de EU toegelaten, maar reeds veilig bevonden ggo's in diervoeders en levensmiddelen.” Daarbij wil ze wel dat de nultolerantie behouden blijft: hoe dit gecombineerd kan worden staat niet in haar verklaring.
Ook gaat ze niet in op de problemen van genetische vervuiling voor inkomen en werk in de conventionele en biologische landbouw.
Naast MIR604 zijn er in de afgelopen weken nog drie gg-maisvarieteiten toegelaten voor import en voor gebruik in diervoer en levensmiddelen. Alle variëteiten worden in de VS verbouwd, en sporen ervan kunnen dus terechtkomen in de Amerikaanse soja.
Bronnen: