Gentech logo

Dè Nederlandstalige website voor informatie over genetische manipulatie van landbouwgewassen en voedsel en de gevolgen voor mens, milieu, dieren, ontwikkelingslanden en consumenten wereldwijd.


/ Home / Info / Wet en Regelgeving

XI Wet en Regelgeving

OECD
Wezenlijke gelijkwaardigheid
Codex Alimentarius
EU en landelijke regels
Biosafety Protocol

OECD


De wet en regelgeving rondom gentechnologie is van het begin af aan sterk beinvloed door de OECD, de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling. De bemoeienis van de OECD kwam voort uit het feit dat veel westerse overheden een grote rol voor gentechnologie zagen in de economie van de toekomst en dat daarbij harmonisatie van regelgeving gewenst was. Vandaar dat de OECD richtlijnen uitgaf over wat voor eisen er aan gentechonderzoek gesteld moesten worden. Veel uit die richtlijnen werd overgenomen door nationale overheden en/of samenwerkingsverbanden als de EU. Toch zijn er ook verschillen. In de VS en Canada hoeft gemanipuleerd voedsel niet geëtiketteerd te worden. In de EU moet dat wel.
top

Wezenlijke gelijkwaardigheid


Een van de meest omstreden begrippen die door de OECD is geïntroduceerd, is het begrip “wezenlijke gelijkwaardighei d”. Daarmee wordt bedoeld dat een gemanipuleerd organisme zoveel lijkt op de niet-gemanipuleerde variant, dat de veiligheidsbeoordeli ng niet heel streng hoeft te zijn. Zo werden de gemanipuleerde maïs, soja, koolzaad en katoen allen tot “wezenlijk gelijkwaardig” verklaard omdat zij slechts op 1 punt veranderd zijn. Daardoor hoeft niet de hele plant onderzocht te worden, maar hoeven de bedrijven slechts veiligheidsonderzoek te doen naar nieuwe eiwitten die eventueel in de gemanipuleerde planten worden aangemaa kt. Veiligheidsonderzoek naar de werking van het ingebrachte genconstruct vindt dus niet plaats. Critici wijzen het begrip wezenlijke gelijkwaardigheid af als een volkomen onwetenschappelijk criterium en bekritiseren ook de tekortkomingen die er bestaan in de toelatingsprocedures en veiligheidsbeoordelingen. De OECD houdt zich niet alleen bezig met het uitvaardigen van richtlijnen. Het is ook zeer actief met het promoten van gentechnologie, zowel binnen lidstaten als niet-lidstaten.
top

Codex Alimentarius


Een ander internationaal forum dat zich met regelgeving van gentechvoeding bezighoudt is de Codex Alimentarius. Dit is een VN orgaan voortkomend uit de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) en de FAO. Binnen de Codex worden tal van normen en eisen geformuleerd waar voedselproducten aan moeten voldoen en dit zijn regels waar men wereldwijd aan moet voldoen. De Codex heeft het begrip “wezenlijke gelijkwaardigheid” ook overgenomen, maar geeft ook het recht om gentechproducten te etiketteren. Hoe dat gaat uitwerken is nog de vraag, want de VS en de gentechindustrie zijn helemaal niet blij met gentech etiketten en dreigen de EU aan te klagen bij de Wereldhandelsorganisatie WTO vanwege de Europese etiketteringwetten. Zij stellen dat etikettering van gentechproducten handelsbelemmerend werken en dat mag niet binnen de WTO.
top

EU en landelijke regels


Nederland volgt in grote lijnen de EU wetgeving over gentechnologie. Deze is onderverdeeld in diverse richtlijnen. Zo is er een richtlijn voor ingeperkt gebruik (dwz alle onderzoek wat binnen gebeurt) en er is een richtlijn voor het werken met ggo's die in het milieu worden losgelaten, zoals landbouwgewassen. Ook is er een richtlijn over etikettering. Veel van de OECD richtlijnen zijn overgenomen in de EU wetgeving. In de meeste ontwikkelingslanden ligt de situatie anders. Daar ontbreekt het vaak nog aan wet en regelgeving of is er wel regelgeving maar ontbreken de instrumenten om die te handhaven. Zo hebben veel landen niet de benodige laboratoria om te kunnen onderzoeken of er ggo's in voedselproducten zitten.

Als onderdeel van de EU politiek om teelt van ggo’s toch mogelijk te maken is er in veel Europese landen de afgelopen jaren gediscussieerd over de vraag hoe de co-existentie van gentechgewassen naast gewone gewassen vorm gegeven kan worden. In Nederland leidde dat tot een convenant tussen boerenorganisaties waarbij scheidingsafstanden zijn vastgelegd, die volgens de critici slechts minimaal zijn. Zo wordt voor maïs een scheidingsafstand van 25 meter van gewone maïs als voldoende beschouwd.
Critici menen dat deze afstanden absoluut onvoldoende zijn en dat de gemaakte afspraken zullen leiden tot grote genetische vervuiling van niet gemanipuleerde maïs, mocht de teelt van gentechmaïs hier echt van de grond komen.
Voor aardappel en suikerbiet zijn nog veel kleinere scheidingsafstanden overeengekomen. Het Convenant is overigens d.d. 15-07-2008 nog niet van kracht; de commissie heeft opdracht teruggegeven aan minister ivm onenigheid over het schadefonds. De verschillende richtlijnen van de EU over gentechnologie vindt u op onderstaande website:
http://ec.europa.eu/environment/biotechnology/index_en.htm
top

Biosafety Protocol


Sinds 11 september 2003 is er een internationaal verdrag van kracht: het Cartagena Protocol on Biosafety. Het Biosafety Protocol is een VN verdrag dat de handel in Levende Gemodificeerde Organismen (LMO's) regelt. Het kwam tot stand na 10 jaar onderhandelen. Het Biosafety protocol gaat over levende gemodificeerde organismen en dus niet over verwerkte producten als meel, olie etc. De kern van het verdrag is dat bij grensoverschrijdend verkeer met gemanipuleerde organismen het importerende land van tevoren toestemming moet geven. Het gaat dan met name om lmo's die bedoeld zijn voor veldproeven of voor gebruik in de landbouw. Lmo's die bedoeld zijn voor direct gebruik als voedsel vallen er niet onder. Het Biosafety protocol is een belangrijk verdrag omdat het landen de mogelijkheid geeft om lmo's te reguleren, te etiketteren en/of te weigeren.
Desalniettemin heeft het verdrag ook een aantal tekortkomingen en beperkingen als gevolg van tegenwerking van met name de VS, Argentinië, Australië en de gentechindustrie, die het liefst helemaal niets wilden regelen. In hun

ogen zijn lmo's niet verschillend van de niet gemodificeerde organismen. Het Biosafety protocol is een verdrag in ontwikkeling, dat wil zeggen dat er over een aantal punten nog steeds wordt onderhandeld op 2 jaarlijkse conferenties.

Naast het Biosafety Protocol is er ook de Convention on Biological Diversity. (CBD)
Daarin wordt ondermeer gesproken over hoe toegang tot genetisch materiaal moet worden geregeld. Er zijn de afgelopen 15 jaar veel schandalen geweest rond onderzoekers en bedrijven die genetisch materiaal uit ontwikkelingslanden weghaalden en commercieel gebruiken zonder enige compensatie voor de gemeenschappen waar het materiaal vandaan komt. Dit wordt ook wel biopiraterij genoemd. Het probleem in veel landen is dat de capaciteit ontbreekt om goede controle mechanismen te ontwikkelen. Veel ontwikkelingslanden hebben implementatie van Biosafety regels als prioriteit en komen nog nauwelijks toe aan het ontwikkelen van een goede access and benefit sharing politiek. De officiële CBD documentatie over dit onderwerp vindt u op www.cbd.int. Een overzicht van een aantal gevallen van biopiraterij vindt u op: third world network
top