Wat is Genetische Manipulatie? Uitleg en woordenlijst
In 1972 lukte het wetenschappers voor het eerst om een stukje DNA van het ene organisme in te brengen in een ander organisme. In DNA liggen de erfelijke eigenschappen vast, hoewel er steeds meer beperkingen en uitzonderingen op deze regel blijken te zijn (zie de pagina Wetenschap). De techniek van het overbrengen van DNA van het ene naar het andere organisme kreeg de naam recombinant DNA (rDNA) en wordt meestal genetische manipulatie of genetische modificatie (GM) genoemd, of ook wel kortweg gentechnologie. Een organisme dat met deze rDNA-techniek wordt gemaakt heet een genetisch gemanipuleerd of gemodificeerd organisme (GGO). Bij zo’n GGO worden via genetische manipulatie in een laboratorium meestal de natuurlijke grenzen tussen soorten doorkruist (resulterend in een 'transgeen organisme'), hoewel ook binnen één soort wel eens genetische manipulatie gebruikt wordt ('cisgeen organisme'). In beide gevallen ontstaat een plant, dier of bacterie die/dat in de natuur niet zou kunnen voorkomen, bijvoorbeeld een tomaat met het gen van een vis of een aardappel met genen in een onnatuurlijke rangschikking. Het genetisch manipuleren heeft vanaf het eerste begin veel discussie opgeroepen.
OMSTREDEN
Het meest bekend (en omstreden) is genetische manipulatie van voedsel- en landbouwgewassen, zoals maïs, katoen en soja. Met name in Europa, maar in toenemende mate ook in Afrika, Azië, Latijns- en Midden-Amerika wordt genetische manipulatie van voedsel en landbouwgewassen fel bestreden door milieuverenigingen, ontwikkelingsorganisaties, vakbonden , boerenbonden en consumentenorganisaties.
Aan de andere kant kennen veel (met name Westerse) overheden een grote waarde toe aan het ontwikkelen van gentechnologie en hebben er hooggespannen verwachtingen van. Vaak valt te horen dat “gentechnologie de motor van de (kennis)economie van de 21e eeuw wordt”. Om die reden is en wordt er heel veel geld in onderzoek gestoken.
WOORDENLIJST
Veelgebruikte termen in relatie met gentechnologie en maatschappij.
De pijl -> voor een woord geeft aan dat dit woord zelf ook opgenomen is in de woordenlijst.
A
Adenovirus Adenovirussen worden gebruikt bij bepaalde vormen van -> gentherapie. Hierbij wordt de eigenschap van virussen gebruikt om genen in te brengen in de cellen van de gastheer - bij gentherapie is de patient de gastheer. Door ->genetische manipulatie wordt het virus wordt zo aangepast dat het het gewenste gen inbrengt, zodat de besmette cel het gewenste ->proteine (eiwit) maakt.
Agrobacterium tumefaciens Dit is een algemeen in de bodem voorkomende bacterie die bepaalde planten kan infecteren met zijn DNA, resulterend in celwoekeringen (tumoren). Gentechnologen gebruiken deze infectiemogelijkheid. Ze gebruiken de bacterie als vector voor het ->genconstruct: eerst bouwen ze het gewenste genconstruct in de bacterie in, waarna de vermenigvuldigde bacterie de cellen van doelsoorten infecteert en zo het gewenste gen in het DNA van de cel inbouwt.
Agrobiodiversiteit De biodiversiteit ofwel rijkdom aan soorten en rassen in de landbouw. Hierbij kan gekeken worden naar de biodiversiteit van de planten, dieren en insecten in het algemeen: een biologische boer streeft naar een gevarieerde natuur die hem kan helpen bij het beheersen van plaaginsecten.
In het bijzonder gaat het ook over de variatie aan gewassen, en aan variëteiten van elk gewas.
->http://www.denieuweakker.com/artikelagrobiodiversiteit.html
->Zie Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro (http://nl.wikipedia.org/wiki/Biodiversiteitsverdrag)
Agrochemische industrie Producenten van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen voor de landbouw.
Allel Van elk gen zijn meerdere uitvoeringen mogelijk. Elke uitvoering wordt een allel genoemd. Hogere organismen bezitten doorgaans twee exemplaren van elk gen, dus twee allelen. Als een individu voor een bepaald gen twee gelijke allelen heeft, dan noemt men dit individu homozygoot voor dat gen. Als het twee verschillende allelen heeft, noemt men het heterozygoot.
Allergeen Een allergeen is een stof die een allergische reactie of allergie (overgevoeligheid) opwekt.
Stoffen die in ons voedsel geïntroduceerd worden maar die we nooit eerder geconsumeerd hebben, moeten op hun allergeniteit getoetst worden: het zouden allergenen kunnen zijn. Een organisme dat door genetische manipulatie is gewijzigd bevat vrijwel altijd dergelijke nieuwe stoffen.
Aminozuren – Bouwstenen van een eiwit; zie ->Chromosoom
Antibioticum-resistentie - zie ->Markergenen
Antigeen Een stof (vaak een eiwit) die door het immuunsysteem als lichaamsvreemd kan worden herkend. Dat lokt een immuunreactie uit met de vorming van een specifiek antilichaam (of antistof) dat zich bindt aan het antigeen, waardoor de stof niet meer schadelijk is.
Zie ook: ->Allergeen, ->Xenotransplantatie
Antisense Engels voor: tegengesteld in oriëntatie. Molecuul dat het complementaire is van een stuk DNA of mRNA, waardoor het zich kan hechten aan dat specifieke stuk DNA of mRNA en het onwerkzaam maakt. Dit kan gebruikt worden om de genexpressie van ongewenste genen te onderdrukken.
B
Besmetting of Contaminatie
In deze context: het terechtkomen van genetisch gemanipuleerd materiaal in of tussen producten die erkend worden als zijnde vrij van genetische manipulatie. Dit kan betrekking hebben op zaad, planten, tussenproducten of eindproducten. Stuifmeel van GGO’s kan bijvoorbeeld op andere planten terechtkomen; zaad van GGO’s kan tussen gangbaar zaad terechtkomen; tussenproducten kunnen vermengd raken; en producten van gg-gewassen kunnen in eindproducten terechtkomen waarvan het niet de bedoeling was dat er gg-gewassen in terecht zouden komen.
Een bijzonder geval van besmetting is als het gaat om gg-gewasvariëteiten die in een land niet toegelaten zijn. Deze mogen ook in erkende genetisch gemanipuleerde producten, zaden of gewassen niet voorkomen.
Een overzicht van ongewenste besmettingen die zijn ontdekt staat op http://www.gmcontaminationregister.org/
Biodiversiteit
zie ook ->agrobiodiversiteit
Biologische landbouw Een vorm van landbouw die gebaseerd is op een systeembenadering waarbij een gezonde aarde het uitgangspunt is. Er wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest, chemische middelen en gentechnologie, en juist wel van vruchtwisseling, kringlopen en natuurlijke evenwichten.
Lees meer over biologische landbouw op http://www.biologica.nl/biologisch/
Biotechnologie Verzamelnaam voor alle manieren om natuurlijke processen in te zetten voor nuttige toepassingen. Zo worden bij de wijnmakerij levende gistcellen gebruikt omdat deze de suikers omzetten in alcohol. Ook kaasbereiding valt onder de term biotechnologie. Om verwarring te voorkomen wordt bij genetische manipulatie liever gesproken van gentechnologie.
Deze verwarring wordt ook wel bewust geschapen. Zo zijn er gentechnologen die er op wijzen dat kaas maken biotechnologie is, en niemand is bang voor kaas, dus het zou vreemd zijn dat mensen bang zijn voor gentechnologie, suggereren ze. De denkfout in deze redenering is vergelijkbaar met de stelling dat fietsen en auto's, die immers beiden voertuigen zijn, allebei snel, veilig en schoon zouden zijn.
Bioveiligheid – zie -> Cartagena Protocol
Bt-gewassen
Bt-gewassen bevatten genen waardoor ze vergelijkbare cry-eiwitten aanmaken als de bacterie Bacillus thuringiensis (Bt). Deze bacterie wordt ook gebruikt door biologische boeren, die in geval van insectenvraat een middel op hun gewassen spuiten dat met deze bacterie gemaakt is. Dit gif werkt op insecten en hun larven, vooral rupsen, doordat het de darmwand aantast. Het insect stopt dan met eten en sterft na een paar dagen. Er zijn verschillende Bt-genen die leiden tot verschillende typen Cry-eiwitten.
Een van de nadelen van Bt-gewassen is dat de planten ook giftig zijn voor nuttige insecten. In de VS heeft een felle discussie gewoed over de Monarch-vlinder waarvan de rupsen, die leven op een wolfsmelk-achtige plant, door het nuttigen van stuifmeel meer kans zouden hebben te overlijden. Men is het er nog niet over eens [http://www.gmwatch.org/archive2.asp?arcid=8635].
Ook het feit dat de Bt-gewassen het gif continu aanmaken betekent dat er sneller resistente insecten gevonden zullen worden [http://arjournals.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev.en.39.010194.000403].
Er zijn aanwijzingen dat het gif in de bodem terecht komt en zo bodemorganismen aantast, en er zijn zorgen dat het in aquatische ecosystemen terechtkomt.
C
CaMV 35S ->promotor; verhoogt ->horizontale genoverdracht
Er zijn aanwijzingen dat transgene ->genconstructen waarin de CaMV 35S promotor zit extra instabiel zijn en vatbaar zijn voor horizontale genoverdracht en recombinatie, met alle risico's van dien: genmutaties door het willekeurig inbrengen in het genoom, kanker, reactivatie van "slapende" virussen en de ontwikkeling van nieuwe virussen. Deze promotor is aanwezig in de meeste van de huidige commercieel verbouwde gewassen.
Cartagena Protocol - verdrag over biologische veiligheid (biosafety). Zie ook "Wet- en regelgeving". Het Cartagena protocol is een aanhangsel van de Conventie voor Biologische diversiteit die van kracht werd in 2003. Dit protocol regelt de grensoverschrijdende verplaatsing van GGO’s die geëxporteerd worden om ze in het milieu te brengen. Het belangrijkste nieuwe principe is de ‘advance informed agreement’. Dit betekent dat export alleen mag wanneer vooraf informatie verstrekt en toelating gegeven is. Het protocol bevat ook documentatievereisten voor de begeleidende documenten. De Europese Unie heeft ter omzetting van het protocol een speciale ->Europese verordening gemaakt. Deze verordening wijzigt niets aan de bestaande regels voor de milieu-introductie van GGO’s in Europa en de in- en export tussen EU-lidstaten. Ze heeft wel nieuwe regels voor GGO-export vanuit Europa naar een niet-EU-lidstaat dat lid is van het protocol. Bij export zijn dezelfde risico-analyse-gegevens vereist als door de 2001/18/EG ->richtlijn.
Chromosoom DNA-molecuul. Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. In elke celkern zitten 23 paren chromosomen. Tijdens de celdeling zijn deze zichtbaar te maken onder de microscoop. Ze zien er dan uit als dikke X-jes en Y-tjes. De genen zitten op het chromosoom.
Een chromosoom bestaat uit een heel lange draad DNA (desoxyribonucleine zuur) die helemaal in elkaar gedraaid is. Als je de draden van elk chromosoom in 1 menselijke cel uit de knoop zou halen en achter elkaar zou leggen, zou die draad 2 meter lang zijn en 2 nanometer dun. Bepaalde fragmenten van een chromosoom worden ->genen genoemd.
Van dichtbij bekeken bestaat die DNA-draad uit twee in elkaar gedraaide strengen, de dubbele helix. Elke streng bestaat uit aaneengekoppelde nucleotiden. Elk nucleotide bevatdesoxyribose (een soort suiker), fosfaat en een base. De ruggengraat van de streng wordt gevormd door de suikers en fosfaten; de basen steken uit. Er zijn vier nucleotiden, die alleen verschillen in de base. Deze vier basen zijn adenine (A), guanine (G), thymine (T) en cytosine (C). Binnen de genen kun je de nucleotiden (of de basen) zien als de letters van het woordenboek (de 'genetische code'). De nucleotiden van een gen worden in 'woorden' van drie tekens afgelezen. De drieletterige code staat voor een bepaald aminozuur. Bij het bouwen van een eiwit worden de aminozuren achter elkaar gezet volgens de volgorde die het DNA aangeeft. In vrijwel alle organismen is de drieletterige code voor een aminozuur hetzelfde. Dat maakt het mogelijk dat hetzelfde DNA in geheel verschillende organismen toch tot hetzelfde eiwit leidt (zie onder genen en eiwitten).
De tweede streng van de dubbele helix is het complementvan de eerste, waarbij tegenover een nucleotide in de eerste streng een complementair nucleotide in de tweede streng ligt (respectievelijk A-T, T-A, C-G en G-C). De basen van beide strengen kunnen (alleen in deze combinaties) elkaar binden en geven zo stabiliteit aan het DNA. Bij de celdeling (om meer cellen te krijgen, bijvoorbeeld voor groei) ritsen die twee strengen uit elkaar en wordt er langs elke streng een nieuwe complementaire streng gebouwd - elke nieuwe cel krijgt zo een kopie van al het DNA.
Van het grootste deel van het DNA in een chromosoom weet men niet waarvoor hetdient. Hiervoor is de term ->junk DNA bedacht, met het achterliggende idee dat dit DNA een onnodig bijproduct van de evolutie is, maar er zijn aanwijzingen dat in ieder geval delen van dit DNA wel functioneel zijn. De genen vormen relatief een zeer klein deel van een chromosoom.
Cisgeen, cisgenese Een cisgeen GGO is een GGO waarin een gen uit een ander ras van de eigen soort is ingebracht. Ter onderscheiding worden GGOs waarin genen uit andere soorten zijn ingebracht, ook wel ‘transgeen’ genoemd.
De reden om dit onderscheid te maken is dat onderzoekers het gevoel hebben dat de weerstand bij consumenten tegen ->GGO's voornamelijk gebaseerd is op het overschrijden van de soortgrens. De gebruikte technieken van ->genetische manipulatie zijn echter hetzelfde en volgens critici zijn ook de risico's vergelijkbaar. Nederlandse genetici proberen een uitzonderingspositie te krijgen voor cisgenetische planten. Zie ook "Andere vormen van gentechnologie".
Meer lezen:
-> Ministerie van VROM "Verantwoord en zorgvuldig vereenvoudigen van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen" :
->http://www.resource-online.nl/home.php?r=1&id=199 'Cisgenese is gewoon gentechnologie'
-> "Ook met soorteigen genen omzichtig manipuleren" december 2006 Bionieuws -
Coëxistentie Het naast elkaar bestaan van verschillende zaken. In de sfeer van GGO's gaat dit over het kunnen bestaan van biologische en gangbare landbouw naast landbouw met genetisch gemanipuleerde gewassen.
-> zie Biologica http://www.biologica.nl/detail_page.phtml?page=Gentech_Coexistentie
Contaminatie zie ->besmetting
Cry-eiwitten - zie Bt-gewassen
http://www.bionieuws.nl/artikel.php?id=2973 http://www.vrom.nl/get.asp?file=docs/kamerstukken/Fri2Dec20051107500100/vereenvoudigingbesluitggobijlage.pdf punt VI
D
Detectieniveau
(Engels: detection level) In deze context de ondergrens van het percentage GGO's in een lading of product die nog aangetoond kan worden.
diploid zie ->ploïdie
DNA: desoxyribonucleïnezuur (Engels: DeoxyriboNucleic Acid) Chemische naam van de stof waar ->chromosomen uit bestaan.
E
Eiwit of proteïne: een uit een keten van aminozuren opgebouwd groot molecuul. Levende organismen bevatten zeer veel verschillende eiwitten met elk een eigen functie, waaronder bouwstoffen en ->enzymen.
Enzym Eiwit dat een specifieke chemische reactie in of buiten een cel mogelijk maakt of versnelt, zonder daarbij zelf verbruikt te worden of van samenstelling te veranderen. Zo maakt amylase in speeksel de afbraak van zetmeel mogelijk.
Door het gen dat een enzym aanmaakt in te bouwen in bacteriën via GM, kunnen enzymen gericht geproduceerd worden: denk hierbij aan broodverbetermiddel, enzymen in wasmiddelen, en chymosine voor kaasbereiding.
Etikettering of labelling In deze context het op het etiket van producten aangeven welke ingrediënten afkomstig zijn van gg gewassen, met de woorden "genetisch gemodificeerd".
F
Fenotype - de uiterlijke kenmerken van een organisme, zie ->genotype
G
GG (Genetisch Gemodificeerd), GGO (Genetisch Gemodificeerd Organisme), GM (Genetische Modificatie). Genetische modificatie of manipulatie is het actief wijzigen van het erfelijk materiaal, doorgaans door het inbrengen van extra genen. Voorstanders van GM gebruiken de term "genetische modificatie", terwijl critici hetzelfde proces "genetische manipulatie" noemen.
Het resulterende organisme wordt ook wel een transgeen (of cisgeen) organisme genoemd, of recombinant.
Gemodificeerd zetmeel Als er 'gemodificeerd zetmeel' op een ingrediëntenlijst staat betekent dat niet dat er sprake is van genetische manipulatie. Modificeren betekent 'wijzigen, aanpassen'. In het geval van "gemodificeerd zetmeel" gaat het om een chemische of fysische wijziging met ->enzymen (die op hun beurt wel gemaakt kunnen zijn met GGO's) om de eigenschappen van het zetmeel te veranderen.
Gen - een deel van een ->chromosoom. Een gen is een stukje van de ->DNA ketting waarop als het ware in code staat uit welke ->aminozuren een bepaald ->eiwit moet bestaan. De volgorde van nucleotiden vormt de code. Een gen is gemiddeld 1000 nucleotiden lang. Genen 'coderen' dus voor eiwitten. Deze eiwitten kunnen bijvoorbeeld de vorming van bepaalde stoffen mogelijk maken, zoals het bruine pigment in het oog, of een reeks stoffen, zoals aromatische aminozuren.
Genexpressie Een gen komt tot expressie op het moment dat de cel opdracht geeft het DNA om te zetten in het product. Aan het begin van een gen zit de promotor ('genschakelaar'), een stuk DNA waarin de regulerende elementen zitten voor dat bepaalde gen. Als ergens in een organisme wordt geconstateerd dat een bepaald eiwit nodig is, kan er een bepaald boodschap-molecuul gemaakt worden. Zo'n molecuul kan zich aansluiten aan de schakelaar die erbij hoort. De schakelaar wordt hierdoor geactiveerd en het proces van gen-expressie start.
Genetische manipulatieTechniek waarbij een ->gen in een organisme wordt ingebracht.
Genetische manipulatie door virussen. Virussen zijn van nature in staat hun eigen genen in te bouwen in het DNA van de cellen van de gastheer. Hierdoor gaat de gastheercel het virus in grote hoeveelheden reproduceren. Door het gewenste ->genconstruct in het virus in te bouwen en het virus cellen te laten infecteren wordt het gewenste gen in het DNA van de gastheercel ingebouwd. Bij ->gentherapie wordt vaak een virus van het type het ->adenovirus gebruikt.
zie ->agrobacterium, ->adenovirus
Genetische manipulatie door bioballistiek
Het ->genconstruct wordt aan miniscule gouddeeltjes gehecht, die met een 'genpistool' (Engels: gene gun) in de celkernen van het te manipuleren organisme geschoten worden. Sommige deeltjes zullen zo in het chromosoom terechtkomen, en sommigen daarvan zullen ook werkzaam worden. De plek van inbrenging is niet te bepalen en ook treedt er regelmatig schade op aan andere delen van het DNA.
Genetische manipulatie door liposomen
Liposomen zijn miniscule bolletjes die in cellen voorkomen. Door te fuseren met de celwand kunnen ze hun inhoud in of buiten de cel brengen. Door het ->genconstruct in een liposoom in te brengen kan men het in de cel brengen.
Genetische manipulatie door elektroporatie - een vorm van genetische manipulatie waarbij door middel van een elektrisch veld gaten in de celwand komen waardoor DNA of mRNA de cel in kan.
Genetische modificatie - synoniem voor ->Genetische manipulatie.
Gencassette - zie ->Genconstruct
Genconstruct Genen bestaan niet alleen uit het deel dat wordt afgelezen om een eiwit te maken. Er is in ieder geval een ->promotor nodig die na het inbrengen zorgt dat het gen ook daadwerkelijk wordt afgelezen, en een stop-code. Ook worden er wel meerdere genen tegelijk ingebracht, bijvoorbeeld een gen samen met een ->markergen. Het genconstruct is het geheel van deze onderdelen. (http://www.platformgentechnologie.nl/genetech/thema_intro/cursus_genconstruct.shtml)
Genetisch gemanipuleerd - door genetische manipulatie gewijzigd organisme
Genoom Het geheel van het DNA in de chromosomen van een cel.
Genomics (Genomica) De studie van genomen, ofwel omvattend erfelijkheidsonderzoek; een wetenschap, geen technologie.
genotype : de gezamenlijke erfelijke aanleg van een organisme (met zowel de dominante als recessieve genen). Het genotype komt in zijn omgeving tot uiting in het ->fenotype.
Gentechnologie Verzamelnaam voor technieken die met genen te maken hebben. Een hiervan is ->genetische manipulatie, maar er vallen ook andere technieken onder zoals DNA-analyse. Op deze website wordt 'gentechnologie' vaak gebruikt als synoniem voor 'genetische manipulatie'.
-> http://www.gentech.nl/index.php/article/view/26/
Gentherapie Het inbrengen van een gen in cellen of organen om een bepaalde genetische fout te corrigeren (b.v. stofwisselingsziekten, aanvulling van bloed-stollingsfactoren bij hemofilie) een ontbrekend eiwit te vervangen of om de cel te doden (bv. bij kankergentherapie).
Waar bij veredeling gewerkt kan worden met technieken die op één cel werken, waarna geselecteerd kan worden, moet bij gentherapie een manier gevonden worden om het gewenste therapeutische gen bij zoveel mogelijk van de cellen met een gebrek in te brengen, zonder dat het gen in de kiemlijn (de cellen voor de voortplanting) terecht komt.
Er wordt nog gezocht naar de beste manier om dat te bereiken. Op dit moment zijn adeno-virussen daarbij veel gebruikt, maar er wordt ook geëxperimenteerd met andere technieken.
Er zijn al resultaten geboekt, maar medische proeven op mensen lopen niet altijd goed af door onverwachte bijwerkingen.
Het onschadelijk gemaakte adenovirus blijkt een reactie van het afweersysteem te kunnen veroorzaken en ->retrovirussen in het lichaam te kunnen activeren.
Zie ook http://en.wikipedia.org/wiki/Gene_therapy
->>http://www.gentech.nl/index.php/article/view/26/#gentherapie
Glufosinaat en glyfosaat Systemische breed-spectrum onkruidbestrijdingsmiddelen. Gewassen kunnen met bepaalde genen resistent gemaakt worden tegen deze stoffen.
Glyfosaat (Engels: glyphosate) is het werkzame bestanddeel in Monsanto's breed-spectrum herbicide Roundup (lees verder onder ->Roundup Ready). Glufosinaat ammonium is het werkzame bestanddeel van de breed-spectrum herbiciden Basta en Liberty (beide van Bayer CropScience). ->Liberty Link gg-gewassen zijn hier resistent tegen gemaakt.
GURT (Genetic Use Restriction Technologies ) Vakterm voor -> ‘terminator’. Verzamelnaam van technieken om het vrije gebruik van gg-gewassen (anders dan via wetgeving) en hun nakomelingen te beperken. Er zijn twee hoofdgroepen :
V-GURT (Variety GURT) waarbij de plant wel zaad vormt, maar niet kiemt, tenzij het zaad wordt behandeld met een speciale stof. Als voordeel worden o.a. genoemd dat er geen opslagproblemen bij bijvoorbeeld koolzaad en geen schot (kieming van het zaad in de aar) bij granen onder vochtige omstandigheden. Voor boeren die toch al hybride zaden gebruiken, waarvan de tweede generatie veel minder productief is, maakt dit weinig verschil. Maar boeren die gewend zijn zaden te bewaren moeten voor deze gewasvariëteiten elk jaar opnieuw zaad kopen.
Onder T-GURT (Trait) vallen de planten waarvan het ingebrachte gen niet functioneert voordat ze bespoten worden met een activerende stof.
Meer lezen: http://en.wikipedia.org/wiki/Terminator_Technology
H
Haploid zie -> ploïdie
Herbicide - onkruidbestrijdingsmiddel, bv. glufosinaat of glyfosaat
Herbicide-resistentie De herbicide-resistente gewassen vormen een van de meest voorkomende vormen van genetisch gemanipuleerde gewassen. Deze gewassen zijn door een extra gen bestand tegen bespuiting met een specifiek middel waar de meeste planten normaalgesproken aan doodgaan.
Voorbeelden: de ->Roundup Ready gewassen van Monsanto en de Liberty Link gewassen van Bayer CropScience.
Heterozygoot - zie -> allel
Homozygoot - zie -> allel
Horizontale genoverdracht (Engels horizontal gene transfer) In de natuur voorkomende overdracht van genetisch materiaal (DNA of RNA) naar een ander organisme dan normale nakomelingen. De eerste waarneming was bij de overdracht van resistentie tegen antibiotica tussen verschillende soorten bacteriën. Horizontale genoverdracht is vaak gevonden bij eencelligen. Over de rol die het speelt onder meercelligen is men het niet eens.
Hybride Plantenvariëteit ontstaan door kruising van twee verschillende ouderrassen. Doorgaans is het begrip beperkt tot een bepaald soort variëteiten met hoge opbrengst, die in de groene revolutie geïntroduceerd werden (zie "Grote bedrijven"). Het nadeel voor de boer van deze laatste variëteiten is dat hij het zaad ervan niet kan bewaren en uitzaaien, omdat de volgende generatie een zeer wisselende kwaliteit en opbrengst heeft. En dat is tegelijk het voordeel voor de zaadleverancier.
(N.b.: Hybriden zijn niet noodzakelijkerwijs genetisch gemanipuleerd)
http://en.wikipedia.org/wiki/Horizontal_gene_transfer
J
junk-DNA DNA dat niet als gen fungeert: lees meer onder -> chromosoom
K
Klassieke veredeling Het verkrijgen van gewenste eigenschappen in plantenvariëteiten of dierenrassen door gericht kruisen van variëteiten van dezelfde soort, en vervolgens selecteren van de nakomelingen met de gewenste combinaties van eigenschappen. Technieken uit de biotechnologie kunnen wel gebruikt worden om de snelheid te verhogen, zoals ->Marker Assisted Breeding en weefselkweek. Ook is wel gebruik gemaakt van mutagene technieken zoals bestraling, en technieken om bij variëteiten en zelfs rassen die van nature niet kruisen toch nakomelingen te produceren.
http://en.wikipedia.org/wiki/Plant_breeding
Klonen
Klonen is het maken van een exacte kopie van een dier of plant. Hierbij wordt dus geen genetische manipulatie toegepast maar een individu opgekweekt uit 1 cel.
Een bekende kloon is het schaap Dolly.
L
Liberty Link of LL Typeomschrijving voor gg-gewassen die door ->genetische manipulatie resistent zijn tegen het herbicide Liberty van Bayer.
->herbicide resistentie, ->glufosinaat
M
Markeringsgen (Eng. marker gene) Een gen dat samen met het beoogde gen wordt ingebracht om bij de geproduceerde GGO's snel te kunnen bepalen of het inbrengen van het ->genconstruct geslaagd is. Het markeringsgen is makkelijker terug te vinden dan het beoogde gen, nl. al in het stadium van celkweek en niet pas in de volgroeide plant. Een voorbeeld is het tegelijkertijd inbrengen van een antibioticum-resistentie gen waardoor de cel resistent wordt tegen een bepaald antibioticum. Door de geproduceerde cellen bloot te stellen aan het antibioticum overleven alleen die cellen waarbij het resistentiegen is ingebracht. Daaruit worden vervolgens planten opgekweekt.
Merkerondersteunde veredeling (Engels: marker assisted breeding) Techniek om gerichter te veredelen door na te gaan welk gen of welke genen men wil selecteren, en met moleculaire technieken na te gaan in welke nakomelingen de gewenste genen aanwezig zijn. Er wordt niet actief ingegrepen in de genen, alleen gerichter geselecteerd. Zie verder "Andere vormen van gentechnologie".
mRNA - messenger RNA Een kopie die de cel maakt van het gen op een chromosoom: dit mRNA wordt gebruikt voor het vormen van het eiwit. mRNA kan meerdere malen hergebruikt worden.
O
Octrooi - zie patent
P
Patenten op Leven Patenten op genen of op mogelijke toepassingen van genen.
http://www.gentech.nl/index.php/article/view/21/#top
Pharming Het in GG gewassen produceren van stoffen voor medisch gebruik. Samentrekking van de woorden PHARMaceuticals en fARMING.
Voorbeelden:
Er is kritiek op het aanmaken van farmaceutische stoffen in gg-gewassen omdat vaak gekozen wordt om de stoffen te maken in bestaande voedselgewassen. Uit de praktijk blijkt dat het niet realistisch is te verwachten dat gg-gewassen hun eigenschappen niet verspreiden naar verwante gewassen (link register). Daarom zou het beter zijn deze stoffen in het laboratorium te maken in (kreupel gemaakte ) micro-organismen, of als het in een plant moet niet in een gewas belangrijk is voor menselijke consumptie.
Pleiotropie (van het engels: pleiotrophy)
Hiermee wordt bedoeld dat een gen meer dan 1 eigenschap kan beïnvloeden.
Ploïdie Het aantal sets chromosomen dat in een cel voorkomt.
• haploïd: haploïde cellen bevatten 1 set chromosomen, zoals spermatozoïden, eicellen en varens.
• diploïd: de cellen van hogere planten en dieren zijn diploïd: zij bevatten 2 setjes van alle chromosomen, een set van elke ouder.
• triploïd: met 3 sets chromosomen.
• Triploïdie van een van de chromosomen in een verder diploïde soort zoals de mens kan leiden tot problemen. Bekend is het Down syndroom (mongolisme) dat veroorzaakt wordt doordat een bepaald chromosoom 3-voudig voorkomt.
• polyploïd: met veel sets chromosomen in een celkern. Het wordt veel aangetroffen in landbouwgewassen, zo bevat mais 4 sets chromosomen (http://en.wikipedia.org/wiki/Tetraploid#Polyploid_crops).
Polygenetisch (Engels: polygenic, ook: multifactorial inheritance)
Een eigenschap die beïnvloed wordt een aantal genen. Denk aan huidskleur, grootte, suikerziekte, enz.
polyploïd -> ploïdie
promotor (genpromotor) - genschakelaar - zie ->genconstruct
Bijvoorbeeld: ->CaMV35 promotor
Proteine zie ->eiwit
R
Recessief (Engels: recessive) Een gen dat niet tot uiting komt omdat in hetzelfde genenpaar een dominante gen voorkomt.
Recombinant DNA [~techniek] Verouderde term voor ->DNA waarin op kunstmatige wijze DNA is ingebracht.
->genetische manipulatie.
Retrovirus Een virus dat zijn erfelijk materiaal kan verstoppen in het ->genoom van een geïnfecteerde gastheercel. Voorbeeld: HIV. Zie ook: xenotransplantatie.
Ribonucleïnezuur: zie -> RNA.
EU-Richtlijn Een door de EU opgestelde kaderwet: lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht de regels uit een Europese richtlijn in hun eigen wetgeving op te nemen. Zie ook ->verordening.
RNA : ribonucleïnezuur (Engels: RiboNucleic Acid) RNA lijkt heel erg op ->DNA, maar bestaat maar uit één streng in plaats van twee parallelle strengen; bovendien wordt de ruggegraat gevormd door ribosefosfaat in plaats van desoxyribosefosfaat en neemt de base uracil (U) de plaats in die thymine (T) heeft bij DNA. RNA komt zowel voor in primitieve (prokaryotische) organismen als in hogere (eukaryotische) organismen.
Roundup Roundup is een herbicide waar Monsanto het patent op heeft. Het werkzame bestanddeel van Roundup, glyfosaat, verspreidt zich in de hele plant (daarom heet het een systemisch herbicide) en blokkeert het enzym dat nodig is om aromatische aminozuren te maken. Door deze blokkade gaat de plant uiteindelijk dood.
Planten kunnen resistent worden gemaakt tegen Roundup door een gen in te bouwen dat een vervanger van het enzym maakt dat niet geblokkeerd wordt door glyfosaat.
Boeren die RR-gewassen willen verbouwen worden verplicht om de Roundup ook bij Monsanto te kopen.
Zie ->herbicide-resistentie en ->superonkruiden.
Roundup Ready (RR) Naam voor gewassen die genetisch gemanipuleerd zijn zodat ze behandeling met het herbicide Roundup overleven. Het voordeel voor de boer is dat hij met één spuitbehandeling alle onkruiden kan doden terwijl het gewas overleeft.
S
Stamcel Een cel die in staat is om te veranderen in één of meer andere celtypen ('differentiëren'). Een embryo bestaat in eerste instantie enkel uit identieke stamcellen. Vanaf een bepaald moment differentiëren deze tot cellen met een specifieke functie, zoals levercellen en zenuwcellen: deze kunnen niet meer terug naar de stamcel-vorm.
Stamcellen konden eerst alleen gewonnen worden uit embryo's, waardoor zaken zoals gentherapieën op basis van stamcellen controversieel waren.
StarLink-affaire (ook: Taco Bell incident)
http://www.platformgentechnologie.nl/genetech/thema_incidenten/starlink.html
Substantial equivalence - zie -> 'wezenlijke gelijkwaardigheid'
Superonkruid (Engels: superweed) Een onkruid dat langs natuurlijke weg resistent is geworden tegen een of meer herbiciden die zeer veel gebruikt worden (bijvoorbeeld omdat landbouwgewassen er met genetische manipulatie resistent tegen gemaakt zijn). Voorbeeld: in Canada is het gen dat de gg-koolzaad resistent maakt tegen herbiciden in het onkruid Herik, van dezelfde plantenfamilie, terecht gekomen, waardoor dit onkruid niet meer met Roundup bestreden kan worden. De gemakkelijke teelt van Roundup Ready koolzaad, waarbij een keer spuiten met Roundup alle onkruiden deed verdwijnen, wordt hierdoor teniet gedaan (http://www.guardian.co.uk/science/2005/jul/25/gm.food). Zie ook "Milieueffecten".
T
T-GURT - zie GURT
Terminator-technologie Verzamelnaam voor technieken waarmee gewassen door genetische manipulatie geen vruchtbare zaden kunnen voortbrengen, zodat ze zich niet kunnen voortplanten. Hierdoor wordt vermeden dat andere nieuwe genconstructen in het gewas zich verspreiden, maar wordt tevens bereikt dat boeren niet meer zelf zaad kunnen bewaren voor het volgende groeiseizoen.
Zie ook -> GURT.
Lees ook A SEED: http://www.aseed.net/index.php?option=com_content&task=view&id=191&Itemid=85
www.banterminator.org
Transgeen In een transgeen organisme is een gen van een andere soort ingebracht.
Zie ook: ->cisgeen en ->recombinant .
Triploïd zie -> ploïdie
V
V-GURT - zie ->GURT
EU-Verordening Een EU-wet, die zo sterk is dat de lidstaten geen eigen voorschriften meer mogen uitvaardigen over het onderwerp. Zie ook ->richtlijn
Voedselautonomie Voor de voedselvoorziening onafhankelijk zijn van anderen. Kan zowel gelden voor kleine regio's, voor landen als voor delen van continenten.
Voedselsoevereiniteit zie ->voedselautonomie
Voedselveiligheid De garantie dat voedsel geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de eindverbruiker wanneer het wordt bereid en gegeten, rekening houdend met het doel en de manier van de consumptie ervan.
Niet te verwarren met ->voedselzekerheid.
Voedselzekerheid De structurele toegang tot voldoende en gezond voedsel. Voedselzekerheid is niet alleen afhankelijk van de productie van voedsel, maar ook van de distributie en de prijs voor de consument.
Niet te verwarren met ->voedselveiligheid.
Voorzorgbeginsel of voorzorgprincipe Een moreel en politiek principe dat stelt dat als een voorgenomen handeling of een beleidsmaatregel ernstige of onomkeerbare schade aan de samenleving of het milieu kan veroorzaken, en er geen wetenschappelijke consensus bestaat over de te verwachten schade, maatregelen genomen moeten worden om de schade te voorkomen; de bewijslast voor de veiligheid ligt dan bij de voorstanders van de handeling of de maatregel. Het voorzorgprincipe heeft vooral betrekking op schade aan de gezondheid en het milieu.
Vrijhandel Vrij verkeer van goederen en diensten tussen verschillende landen, zonder vormen van protectie, zoals regelgeving en heffingen. Economen zien vrijhandel als het tegenovergestelde van protectionisme, waarbij de eigen markt afgeschermd wordt door bijvoorbeeld importheffingen. Vrijhandel is het streven van de Wereldhandelsorganisatie WTO.
Critici wijzen op de negatieve kanten van vrijhandel, zoals een verbod op regelgeving tegen kinderarbeid of op milieumaatregelen, oneerlijke concurrentie tussen arme en rijke landen, vaak desastreuze privatiseringsprogramma's die worden opgelegd door instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, en grondstoffen die onder de controle van multinationals zijn gekomen.
W
Wezenlijke gelijkwaardigheid (Engels: substantial equivalence) Een criterium dat wordt gebruikt bij de veiligheids- of risicobeoordeling van nieuwe gg gewasvariëteiten. Een nieuw gewas wordt vergeleken met een bestaand voedingsmiddel, om verschillen in inhoudsstoffen en gezondheid op te kunnen sporen. De uitwerking van dit concept levert een aantal praktische problemen op. Waar leg je bijvoorbeeld de grens tussen 'wezenlijke' en 'niet wezenlijke' verschillen? Een ander probleem is dat het lastig is om verschillen op te sporen die niet waren verwacht. Zie hierover "Wet- en regelgeving".
Verder lezen: [http://www.sciencedirect.com/science?_ob=ArticleURL&_udi=B6TCN-46X9421-4&_user=10&_rdoc=1&_fmt=&_orig=search&_sort=d&view=c&_acct=C000050221&_version=1&_urlVersion=0&_userid=10&md5=1fa1713626d4bab8b004c463861ca6a8]
X
Xenotransplantatie Xenotransplantatie is de transplantatie van organen, weefsels of cellen van de ene soort naar een andere. Hiermee wordt doorgaans gedoeld op transplantatie van organen van dieren naar de mens. Hiervoor moet het dier zodanig worden aangepast dat het orgaan niet wordt afgestoten. Als het menselijk immuunsysteem stoffen in de celwand van een geïmplanteerd orgaan als lichaamsvreemd ziet, zal het proberen de cellen te vernietigen.
Een van de genoemde risico's van het implanteren van dierlijke organen in de mens is dat hierbij de in het DNA opgesloten ->retrovirussen geactiveerd zouden kunnen worden. Dit is ook een van de redenen dat mensen met een getransplanteerd orgaan medicijnen gebruiken die het afweersysteem onderdrukken.
De rol van gentechnologie hierin is om de donordieren (waarbij gedacht wordt aan varkens) zodanig aan te passen dat de lichaamsvreemde stoffen in de celwanden niet meer worden aangemaakt.
Bepaalde andere transplantatievormen zoals het enten van een plantenstekje op een andere plant vallen ook onder xenotransplantatie, maar zijn niet of minder omstreden.
