Gentech logo

Dè Nederlandstalige website voor informatie over genetische manipulatie van landbouwgewassen en voedsel en de gevolgen voor mens, milieu, dieren, ontwikkelingslanden en consumenten wereldwijd.


/ Home / Info / Grote Bedrijven

IV Grote Bedrijven

 

 

Opvallend aan gentechgewassen is dat ze vrijwel zonder uitzondering in handen van grote bedrijven zijn. Landbouw is echter een publiek belang. De gewasvariëteiten zijn dan ook van oudsher in handen van de boeren geweest, die ze ook zelf veredelden (= nieuwe variëteiten kweekten, aangepast aan de streek of de behoefte). Dit is veranderd door de zogenaamde groene revolutie in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de twintigste eeuw, die 'hybride' variëteiten van belangrijke voedselgewassen introduceerde.

 

Deze hybriden waren nog geen gentechgewassen, maar kruisingen tussen twee ingeteelde variëteiten; ze hadden een aanzienlijk hogere opbrengst dan de traditionele gewassen, maar het zaad ervan geeft het volgende seizoen een zeer wisselende kwaliteit en opbrengst. Hierdoor kunnen boeren niet verder telen met het zaad van het afgelopen seizoen en moeten ze het hybride zaad elk jaar opnieuw kopen van bedrijven die zich gespecialiseerd hebben in deze vorm van zaadteelt. Met name in de westerse landen is vrijwel de hele landbouw overgestapt op hybriden; in ontwikkelingslanden bestaat naast de hybridenlandbouw nog vrij veel traditionele landbouw, waarbij de zaden in handen van de boeren zelf zijn. Door de groene revolutie is de zaadindustrie ontstaan.

 

Tegelijkertijd ontstond een pesticide- en kunstmestindustrie, ook wel 'agrochemische industrie' genoemd: de hogere opbrengst van de hybriden is namelijk te danken aan het gebruik van kunstmest (waarmee de mineralenvoeding van de planten gereguleerd werd), pesticiden (waarmee plagen, pests in het Engels, van insecten, onkruid, schimmels en virussen onderdrukt werden) en irrigatie (waarmee de plant altijd voldoende water kreeg, onafhankelijk van regen en grondwater). Zo werd de plantengroei onder controle gebracht en onafhankelijk gemaakt van de natuurlijke omstandigheden. Daarvoor in ruil zijn de hybride gewassen afhankelijk van kunstmest, pesticiden en irrigatie: hybride gewassen zijn tamelijk zwak en leveren alleen een bruikbare kwaliteit en opbrengst in aanwezigheid van deze drie factoren. Bovendien is een dergelijke beheersing van de teelt duur en dus alleen rendabel in monoculturen. (De traditionele meng- en wisselteelten (polyculturen) kunnen plagen goed voorkomen en beheersen.)

 

Zo kregen de boeren een intensieve relatie met verschillende takken van industrie. Deze relatie werd nog bevorderd doordat vele westerse regeringen met kredieten en subsidies deze 'industriële landbouw' bij de boeren stimuleerden. Zo is het voor boeren steeds moeilijker geworden om nog zelf te kiezen of ze hybriden (en dus ook kunstmest en pesticiden) willen gebruiken, dan wel 'zaadvaste' gewassen. (Bij zaadvaste gewassen heeft de nieuwe generatie nagenoeg dezelfde eigenschappen als de oudergeneratie: dit is de normale toestand bij de traditionele gewassen in de landbouw en bij wilde soorten in de natuur.)

 

De industriële landbouw gaat gepaard met een enorme schaalvergroting, die de lokale behoefte vaak ver overstijgt. Deze overproductie kan de boer vaak alleen kwijt op de wereldmarkt, tegen lage prijzen (dankzij de subsidies). Ontwikkelingslanden worden bovendien door Structurele Aanpassingsprogramma’s van Wereldbank en IMF en door vrijhandelsverdragen gedwongen om meer import toe te laten. Zo verstoren de westerse overschotten de lokale en nationale afzet van boeren elders in de wereld.

 

Deze zogenaamde 'vrije markt' wordt in stand gehouden door de regels van de WTO (Wereldhandelsorganisatie) en haar voorgangers, en verder uitgebouwd via regionale en bilaterale vrijhandelsverdragen. De EU probeert bijvoorbeeld via haar Global Europe-strategie verdragen af te sluiten met vele ontwikkelingslanden. Aan de andere kant is binnen de WTO afgesproken dat de Europese akkerbouwers zich niet mogen beschermen met importheffingen tegen de import van soja. De teelt van Europese eiwitrijke gewassen als lupine, bonen en erwten is hierdoor onmogelijk gemaakt.

 

Zo worden de boeren, zowel in het Westen als in ontwikkelingslanden, losgekoppeld van de lokale consumenten. Hierdoor wordt, vooral in arme landen, de sociale samenhang van de bevolking aangetast.

 

De komst van gentechgewassen is een logische volgende stap geweest in deze industrialisering van de landbouw. Het waren niet de boeren, maar de bedrijven die deze gewassen op de markt brachten: de zaadbedrijven en de agrochemische bedrijven. Gentechgewassen zijn tot nu toe hoofdzakelijk op pesticiden gebaseerd. Al zijn ze al vanaf 1994 op de markt, nog steeds heeft vrijwel 100% van het marktvolume aan gentechgewassen slechts twee manipulaties, die beide draaien om pesticidegebruik: ze zijn resistent tegen een herbicide en/of hebben een ingebouwd insecticide. Dit heeft geleid tot een aantal fusies tussen zaadbedrijven en agrochemische bedrijven, waardoor zeer grote, wereldwijde ondernemingen ontstaan zijn. Deze (met name Monsanto) kopen nu steeds meer kleinere zaadveredelaars op, waardoor zaadmonopolies ontstaan: ook niet-gemanipuleerde zaden zijn voor de boeren vaak nergens anders meer te krijgen dan bij dochters van deze bedrijven. Daar komt bij dat de gentechgewassen gepatenteerd zijn, zodat hun zaad ook niet meer bewaard mag worden door de boeren, los van de vraag of het hybride dan wel zaadvaste gewassen zijn.

 

Zo heeft de komst van gentechlandbouw minstens zo'n grote invloed als de groene revolutie had; daarom wordt hij ook wel de 'genenrevolutie' genoemd.

 

Slechts 10 bedrijven controleren twee derden van de mondiale zaadmarkt. Monsanto is onlangs het grootste zaadbedrijf ter wereld geworden, op de voet gevolgd door DuPont. Midden jaren zeventig waren er nog zo'n 7000 zaadbedrijven, waarvan geen enkel bedrijf ook maar een half procent van de wereldmarkt in handen had. Nu hebben 10 corporaties al 67% van de wereldzaadmarkt in handen (Zie ook Monopolisering van de zaadhandel). Van de vier transgene gewassen is soja de belangrijkste. Het beslaat 57% van het mondiale oppervlak transgene gewassen, gevolgd door maïs (25%), katoen (13%) en koolzaad (5 %). De gemanipuleerde soja is herbicide-resistent tegen het bestrijdingsmiddel glyfosaat. De merknaam van glyfosaat is Roundup en de transgene soja wordt dan ook wel Roundup Ready (RR) Soja genoemd.



Monsanto
Andere bedrijven

Monsanto


Deze RR soja is gemaakt door het Amerikaanse bedrijf Monsanto, dat wereldwijd ongeveer 90 % van al het genetisch gemanipuleerd zaaigoed levert. Monsanto is een bedrijf dat ruim 100 jaar bestaat en in de loop der tijd nogal eens van activiteit is veranderd. Het eerste product was de zoetstof sacharose. Later produceerde het bedrijf andere basisstoffen voor de voeding- en de chemische industrie en na de 2e Wereldoorlog ging het zich meer en meer toeleggen op de productie van bestrijdingsmiddelen. Zo was het de producent van Agent Orange dat in de oorlog tegen Vietnam op grote schaal werd gebruikt voor ontbladering van de bomen. Monsanto is ook de ontwikkelaar van het bestrijdingsmiddel glyfosaat. In de jaren tachtig ging het bedrijf zich richten op gentechnologie en daarmee op het manipuleren van planten. Het is natuurlijk geen toeval dat het eerste product een plant is die resistent is tegen het bestrijdingsmiddel dat door hetzelfde bedrijf wordt geproduceerd. Monsanto’s strategie is er een van koppelverkoop. Het bedrijf hoopt via de verkoop van genetisch gemanipuleerde zaden ook meer bestrijdingsmiddelen te verkopen. Een strategie die met name in de VS en Argentinië zijn “vruchten” heeft afgeworpen. Zo wijst een recent onderzoek, verricht door het Northwest Science and Environmental Centre, uit dat sinds de introductie van Roundup Ready soja en andere genetisch gemanipuleerde gewassen in 1996 het bestrijdingsmiddelengebruik in de VS met 22 miljoen kilo is gegroeid. In 2006 heeft Monsanto het bedrijf Seminis opgekocht. Seminis was een van de marktleiders op het gebied van groenten- en fruitzaden.
Monsanto is zonder twijfel de belangrijkste kracht achter de promotie van transgene gewassen. Er bestaan nauwe banden tussen Monsanto en de Amerikaanse overheid. Met grote regelmaat treden Monsanto-managers toe tot de overheid en vice versa. Zo was bijvoorbeeld de voormalige VS minister van landbouw, Ann Veneman, een voormalig Monsanto-directeur. De relaties tussen Monsanto en de Amerikaanse overheid zijn zo hecht dat er vaak gesproken wordt over een “draaideur”.


top

Andere bedrijven


Behalve Monsanto is in de VS ook het bedrijf DuPont actief in landbouw-gentech, met name via de dochteronderneming Pioneer Seeds. In Europa zijn, na een hele reeks van fusies en overnames, de bedrijven Syngenta en Bayer de twee grote spelers op het gebied van transgene zaden. Het gevolg is dat de wereldwijde markt voor genetisch gemanipuleerde gewassen momenteel wordt beheerst door maar vier grote bedrijven. Sinds enkele jaren is ook het Duitse bedrijf BASF actief in de gentechmarkt. Het bedrijf heeft aangekondigd een net zo grote speler als Monsanto te willen worden en de markt even agressief te willen benaderen. BASF heeft een aanvraag voor commerciële teelt in de EU van een transgene zetmeel aardappel, soortgelijk aan die van AVEBE.
top

 

 

 

 

 

 

Documenten die hierop betrekking hebben:

*

The world as a testing ground

The world as a testing ground, HIVOS en Friends of the Earth International, 2002 (569 kB)

Introductie over de risico's van gentechlandbouw voor de voedselvoorziening en de boeren, met voorbeelden uit Mexico, Canada, Zuid-Afrika, India, Brazilië en Bolivia.


top