Gentech logo

Dè Nederlandstalige website voor informatie over genetische manipulatie van landbouwgewassen en voedsel en de gevolgen voor mens, milieu, dieren, ontwikkelingslanden en consumenten wereldwijd.


/ Home / Info / Gezondheid

VI Gezondheidseffecten

 

 

Onderzoek
(Gebrek aan) debat
Voorzorgbeginsel

 

 

De discussie over de gezondheidseffecten van gentechvoedsel wordt gekenmerkt door twee argumenten, die in wezen precies dezelfde zijn als in de discussie over milieueffecten (zie "Milieueffecten"):

 

  • Positieve gezondheidseffecten, namelijk de bestrijding van honger en de verhoging van de voedingswaarde van voedsel, worden gebruikt als belangrijke redenen voor de ontwikkeling van gentechvoedsel. (Positieve milieueffecten, bijvoorbeeld de vermindering van pesticidegebruik, spelen dezelfde rol.)
  • Tegelijkertijd zijn er enkele negatieve gezondheidseffecten geconstateerd en zijn er aanwijzingen voor nog vele andere negatieve gezondheidseffecten. (Voor negatieve milieueffecten geldt hetzelfde.)

 

Over beide argumenten bestaat grote onenigheid. Op de vraag of gentechvoedsel een bijdrage levert aan de bestrijding van honger en de verhoging van de voedingswaarde, gaat de pagina "Honger" in. Hieronder wordt het onderzoek naar negatieve gezondheidseffecten en het debat daarover belicht, gevolgd door de vraag of voorzorgsmaatregelen nodig zijn

 

Onderzoek


Hieronder is een aantal geconstateerde gezondheidseffecten bij consumptie van gentechvoedsel samengevat. Onderscheid is gemaakt tussen incidenten uit de praktijk en wetenschappelijke experimenten. Over de mate van bewijs en de noodzaak tot voorzorg rond deze incidenten en experimenten bestaat grote onenigheid: dit wordt nader besproken onder "(Gebrek aan) debat"

 

Incidenten

 

 

 

StarLink-maïs

 

mens

 

wereldwijd, sinds 2000

bij duizenden mensen uitslag, diarree, maagpijn, bij enkelen shock, 1 dode

Jeffrey M. Smith: "Genetic roulette: the documented health risks of genetically engineered foods", 2007, p. 98-99

 

tryptofaan uit gg bacterie Bacillus amyloliquefaciens

 

mens

 

VS, 1989

minimaal 80 doden, 5000-10.000 invaliden door Eosinophilia myalgia syndroom (o.a. spierpijn, zweren, ademhalingsproblemen)

Mayeno, A.N. and Gleich, G.J.: "Eosinophilia-myalgia syndrome and tryptophan production: a cautionary tale", Trends Biotechnol. 12 (9), 346-352 (1994)

RR soja

 

mens

 

Verenigd Koninkrijk, 1999

het aantal mensen met soja-allergie sprong van 10% naar 15% kort na de introductie van RR soja

Jeffrey M. Smith: "Genetic roulette: the documented health risks of genetically engineered foods", 2007, p. 50-51

Bt176-maïs

koe

Duitsland, 2001-2002

12 koeien dood

Greenpeace Duitsland en GENET 2003

 

Chiemgau online

 

Bt-katoen

 

schaap

 

India, 2006

 

1820 schapen dood na eten van katoenplanten na oogst

Jeffrey M. Smith: "Genetic roulette: the documented health risks of genetically engineered foods", 2007, p. 32-33

 

diverse gg maïsvariëteiten

 

varken

 

VS, sinds 2001

 

schijnzwangerschappen en steriliteit

Jeffrey M. Smith: "Genetic roulette: the documented health risks of genetically engineered foods", 2007, p. 36-37

 

diverse gg soja- en maïsvariëteiten

gans, koe, hert, varken, eekhoorn, wasbeer, muis, rat, eland

 

VS/Nederland, sinds 1999

dieren weigeren het te eten als ze de keuze krijg

Jeffrey M. Smith: "Genetic roulette: the documented health risks of genetically engineered foods", 2007, p. 58-59

 

Experimenten

 

 

 

gg aardappel met lectine

 

rat

 

Verenigd Koninkrijk, 1999

kleinere hersens, lever en teelballen, grotere alvleesklier en darmen, leveratrofie, verdikking maag- en darmwand, trage immuunrespons

S. Ewen and A. Pusztai, The Lancet 354 (9187), 1353-1354 (1999)

Jeffrey M. Smith: "Genetic roulette: the documented health risks of genetically engineered foods", 2007, p. 22-23

 

Flavr Savr tomaat

 

rat

 

VS, 1993

 

maagerosie, enkele dood

Alliance for Bio-Integrity: Safety Questions Raised by Tests on the Flavr Savr Tomato

 

MON863-maïs

 

rat

 

VS, 2002

 

meer witte bloedcellen, kleinere nieren, meer bloedsuiker

G.E. Séralini, D. Cellier, J. Spiroux de Vendomois, Arch. Environ. Contam. Toxicol. 52, 596–602 (2007)

 

Bt-aardappel

 

muis

 

Egypte, 1998

 

beschadigde en verdikte darmwand

Fares, N.H. and El-Sayed, A.K., Natural Toxins 6 (6), 219-233 (1998)

 

RR soja

 

rat, kip, zeewolf, koe

 

VS, 1996

 

geen gevolgen

Hammond, B.G. et al., J. Nutr. 126 (3), 717-727 (1996) (6 van de 8 auteurs zijn Monsanto-medewerkers)

 

RR soja

 

muis

 

Italië, 2002-2004

 

veranderingen in celstructuur in lever en teelballen (wijzend op verhoogde activiteit), minder amylase in alvleesklier

Malatesta, M. et al., Cell Structure and Function 27, 173-180 (2002)

Malatesta, M. et al., J. Anat. 201 (5), 409-415 (2002)

Vecchio, L. et al., Eur. J. Histochem. 48 (4), 448-454 (2004)

 

RR soja

 

konijn

 

Italië, 2006

 

veranderde enzymactiviteit in nieren, hart en lever

Jeffrey M. Smith: "Genetic roulette: the documented health risks of genetically engineered foods", 2007, p. 46-47

 

RR soja

 

rat

 

Rusland, 2005

 

jongen dood of kleiner

"Silent invasion: the hidden use of GM crops in livestock feed", Soil Association, 2007, p. 37

 

GT73-koolzaad

 

rat

 

VS, 2002

 

gewichtverlies en grotere levers

"Silent invasion: the hidden use of GM crops in livestock feed", Soil Association, 2007, p. 39

 

Chardon-maïs

 

kip

 

Canada, 1996

 

2x zoveel kippen dood als bij gentechvrije maïs

"Silent invasion: the hidden use of GM crops in livestock feed", Soil Association, 2007, p. 38

 

Chardon-maïs

 

rat

 

VS, 1995

 

gewichtverlies

"Silent invasion: the hidden use of GM crops in livestock feed", Soil Association, 2007, p. 38

 

kever-resistente erwt

 

muis

 

Australië, 2005

 

allergische reactie in de longen

"Unintended effects of GM", bestand "pea 001", The Nature Institute, 2009

 

NewLeaf Bt-aardappelen

 

rat

 

Rusland, 1998

 

schade aan nieren, lever, darm, teelballen en prostaat en gewichtsverlies

"Secret Monsanto GM potato study suppressed for 8 years", GM Free Cymru, 2007

 

NK603-, MON810-, MON863-maïs

 

rat

 

Frankrijk, 2009

 

giftig voor lever en nieren

Spiroux de Vendomois, J. et al., Int. J. Biol. Sciences 2009 (5), 706-726 (2009)

 

Herculex RW maïs

 

kip, rat

 

VS, 2007

 

bloedafwijkingen (rat), vergrote levers (kip)

J. Cummins and M.-W. Ho: "GM Maize 59122 Not Safe", Institute of Science in Society, 2007

 

gg soja

 

rat

 

Brazilië, 2010

 

afwijkingen aan baarmoeder en menstruatiecyclus

J.M. Smith: "Genetically Modified Soy Diets Lead to Ovary and Uterus Changes in Rats", The Huffington Post, 2010

 

MON810-maïs

 

zalm

 

Noorwegen, 2007

licht veranderde enzymactiviteit in lever en darm, veranderde aantallen witte bloedcellen

"Unintended effects of GM", bestand "maize 002", The Nature Institute, 2008


 

 

De bovenstaande tabellen bevatten alleen de feitelijke aanwijzingen voor gezondheidsschade bij mens en dier door consumptie van gentechvoedsel. Daarnaast zijn er nog vele indirecte aanwijzingen, dat wil zeggen feiten die suggereren dat gezondheidsschade zou kunnen optreden bij consumptie van gentechvoedsel. Enkele voorbeelden van dergelijke feiten zijn:

 

  • Vele ggo's bevatten naast het gen voor de gewenste eigenschap ook toegevoegde antibioticumresistentie-genen (zie "Wat is genetische manipulatie"). Ondanks het Europese uitfaseringsbeleid voor deze genen, die alleen als "markeringsgenen" dienen, worden ze nog steeds gebruikt. Het risico ervan is dat ze bijdragen aan de verspreiding van antibioticumresistentie onder darmbacteriën bij vee of mensen, terwijl de toenemende antibioticumresistentie van bacteriën in ziekenhuizen al een groot probleem is.
  • De niveaus van voedingsstoffen en andere voor de gezondheid relevante stoffen verschillen in ggo's geregeld significant van die in normale gewassen. Een voorbeeld is de snelgroeiende zalm van het Amerikaanse bedrijf AquaBounty, die afwijkende niveaus bevat van diverse vitaminen (met name B6), mineralen en het aminozuur serine, en daarnaast een licht verhoogd niveau van de zogenaamde insulin-like growth factor 1 (IGF-1). Het laatste kan tot kanker leiden.
  • De transgene eiwitten hebben in vele gevallen een andere structuur dan de natuurlijke eiwitten waarvan ze afgeleid zijn. Het zijn (zelfs al zonder dit verschil) eiwitten die we nooit eerder geconsumeerd hebben. Of ons lichaam die verdraagt, dus of er geen afweerreactie (immuunreactie) optreedt, is nooit onderzocht met gecontroleerde consumptieproeven bij mensen.
  • Door de onnauwkeurigheid van het GM-proces (zie "Wetenschap") gebeurt het geregeld dat in een ggo onbekende DNA- en RNA-fragmenten en onbekende nieuwe eiwitten worden aangetroffen, die in het vergelijkbare ongemanipuleerde gewas niet aanwezig zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de MON810-maïs, die in de EU geteeld mag worden; de EFSA heeft deze nieuwe componenten in de MON810-maïs niet toxicologisch laten onderzoeken, maar verklaart ze desondanks veilig.
  • Er worden steeds meer aanwijzingen gevonden dat DNA uit veevoer herkenbaar terug te vinden is in het lichaam van het dier. Gevoegd bij de aanwijzingen voor gezondheidsschade bij dieren die in de tabellen hierboven staan, leidt dit tot de vraag: heeft de consumptie van producten van dieren die gentechvoer hebben gekregen, gevolgen voor onze gezondheid? Dit werd lang voor onwaarschijnlijk gehouden (wat de reden is voor de ontbrekende etikettering bij deze producten), maar de mogelijkheid moet nu toch onder ogen gezien worden.

 

Dit laatste punt is vooral relevant omdat weinig Europese burgers zich ervan bewust zijn dat hun grootste blootstelling aan ggo's momenteel via zuivel, vlees en eieren plaatsvindt. Vrijwel alle gentechgewassen die de EU binnenkomen, worden namelijk in veevoer verwerkt. Het rapport "Silent invasion: the hidden use of GM crops in livestock feed" van de Britse Soil Association (2007) werpt hier licht op.

 

 

 

top

(Gebrek aan) debat


Gezondheidseffecten zijn het aspect van gentechvoedsel dat het minst aan de orde komt in het maatschappelijk debat. De reden daarvoor zijn twee standaardopmerkingen die GM-bedrijven en vele politici maken over dit aspect:

 

1. "Gezondheidsschade door gentechvoedsel is niet bewezen", of zelfs: "Er zijn geen aanwijzingen voor gezondheidsschade door gentechvoedsel". Zo zei topman Peter Brabeck van voedingsmiddelenbedrijf Nestlé: "Na 15 jaar gebruik van gg producten is er in de VS nog niet één ziektegeval voorgekomen" (in de film "We feed the world", Erwin Wagenhofer, 2005). En zelfs de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) gebruikte deze redenering in de discussie over de beoordeling van een bepaalde gg maïsvariëteit, die bestond uit een kruising van andere gg maïsvariëteiten (2010): "Het is een feit dat grote populaties meerdere jaren lang deze maïsvariëteiten geconsumeerd hebben zonder dat schadelijke effecten op de gezondheid van mens en dier zijn gerapporteerd."

 

2. "100% veiligheid is nooit te garanderen." Een voorbeeld van deze opmerking is de uitspraak van Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel (CDA), dat risico's van gentechgewassen voor de volksgezondheid of het milieu nooit nul zijn, maar dat het uitsluiten van risico's onmogelijk is (NRC, 12 september 2008).

 

Met deze opmerkingen wordt het bestaan van de bovengenoemde incidenten en experimenten ontkend, of worden deze gebagatelliseerd. Het gevolg hiervan is dat zowel de media als de politiek nagenoeg geen aandacht schenken aan de gezondheidseffecten van gentechvoedsel. Aspecten als keuzevrijheid, agro-biodiversiteit, grote tegenover kleine boeren of de onomkeerbaarheid van contaminaties bepalen het debat, maar gezondheidsschade is zelden of nooit aan de orde.

 

Deze twee opmerkingen ("het is niet bewezen" en "100% veiligheid is niet te garanderen") hebben dus het effect dat ze het debat hierover tegenhouden, maar ook dat ze nader onderzoek en inzicht tegenhouden: ze worden in feite door de bedrijven en de politici als bezweringsformules of mantra's gebruikt.

 

Inderdaad leveren weinig of geen van de bovengenoemde gevallen volledig waterdicht wetenschappelijk bewijs voor gezondheidsschade. Maar hoeveel 'bewijs' is nodig om actie te ondernemen ter beperking van schade? In politieke termen luidt deze vraag: moet het "voorzorgbeginsel" hier toegepast worden?

 

 

top

Voorzorgbeginsel

 

De EU-gentechwetgeving is formeel gebaseerd op het voorzorgbeginsel. Dit houdt in dat maatregelen genomen moeten worden om schade aan mens of milieu te voorkomen; de vraag wanneer dit nodig is, omschreef de Europese Commissie in 2000 als volgt:

 

"Het beginsel is van toepassing wanneer wetenschappelijk bewijs ontoereikend is, geen uitsluitsel geeft of onbetrouwbaar is en een voorlopige wetenschappelijke evaluatie uitwijst dat er gegronde redenen zijn om te vrezen dat mogelijk gevaarlijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid van mensen, dieren en planten wel eens onverenigbaar met het hoge door de EU gekozen beschermingsniveau zouden kunnen zijn."

 

Eenvoudiger gezegd: bij serieuze aanwijzingen voor gevaar voor mens of milieu moeten maatregelen genomen worden om schade te voorkomen, zonder wetenschappelijk bewijs af te wachten. Bij gezondheidsschade door gentechvoedsel zou de maatregel zijn: de betreffende ggo's niet toelaten, of terughalen van de markt als ze al toegelaten zijn. De ernst en het aantal van de bovengenoemde incidenten en experimenten lijken ruim voldoende redenen om dergelijke voorzorgsmaatregelen te treffen en nader onderzoek te laten doen. Toch doet de EC dit niet; zij verwijst daarbij naar de EFSA, die het niet nodig acht. Een belangrijk deel van de lidstaten vindt het wel nodig. Dit is de achtergrond van de stokkende besluitvorming over ggo's in de EU (zie "Wet- en regelgeving"). Volgens velen schendt de EU het voorzorgbeginsel.

 

Niet alleen de genoemde incidenten en experimenten zijn dringende redenen voor maatregelen, maar ook de beperkingen van GM als techniek en de discussie over de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek (zie "Wetenschap"). De kern van de onenigheid is de vraag aan welke kant de bewijslast ligt: moet de veiligheid of de onveiligheid van gentechvoedsel bewezen worden? Volgens toxicologen zijn de tests die aan de ggo-vergunningen ten grondslag liggen, volstrekt onvoldoende bewijs voor de veiligheid: met name consumptieproeven ontbreken of voldoen niet aan wetenschappelijke normen. (Zie "Wet- en regelgeving" onder "Risicobeoordeling en nationale moratoria".)

 

Documenten die hierop betrekking hebben:

 

  • Aansprakelijkheid voor gezondheidsschade door het consumeren van genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen, D. Sprangers, 2003 (461 kB)

aansprakelijkheid gezonheidsschade

Een natuurwetenschappelijke en juridische analyse van gezondheidseffecten, door Goedewaar.nl en de Universiteit Utrecht.

 

Rapport over de manier waarop de hoogste EU-instantie die de voedselveiligheid beoordeelt (de EFSA), in het eerste jaar van haar bestaan omging met de gezondheidsrisico's van gentechvoedsel.