Gentech logo

Dè Nederlandstalige website voor informatie over genetische manipulatie van landbouwgewassen en voedsel en de gevolgen voor mens, milieu, dieren, ontwikkelingslanden en consumenten wereldwijd.


/ Home / Info / Gentech in Ontwikkelingslanden

IX Gentech in Ontwikkelingslanden

 


De druk vanuit de VS en de gentechindustrie op ontwikkelingslanden om gentechgewassen toe te laten of zelf te gaan telen is bijzonder groot. Die druk is al jaren aan de gang en begint hier en daar vruchten af te werpen. Met name in Afrika lijken overheden langzaam te zwichten voor deze druk. Landen als Tanzania en Uganda beginnen hun wetgeving aan te passen voor toelating van ggo’s. In West Afrika is een soortgelijke ontwikkeling te zien. Toch vindt commerciële ggo-teelt anno 2010 alleen nog in Zuid-Afrika en in zeer kleine hoeveelheden in Burkina Faso en Egypte plaats (ISAAA). Ook in Latijns-Amerika is de druk groot en daar vindt gentechteelt wel op grote schaal plaats, vooral in Brazilië en Argentinië. Naast de doorgaande expansie van sojaplantages in Paraguay, soms met paramilitair geweld, is er ook grote druk op bijv. Mexico om gemanipuleerde maïs te gaan telen. Maar de weerstand tegen transgene gewassen is in veel landen in het Zuiden ook nog steeds erg groot. Zo heeft bijv. de Andesregio, het centrum van oorsprong van de aardappel, verklaard geen gemanipuleerde aardappels te willen telen. In veel landen is er een heftig debat over gentechgewassen.

Afrika
Katoen in India
China
Genetische vervuiling
Onderzoek
Alternatieven

Afrika

De groene revolutie (zie pagina "Grote bedrijven ") is grotendeels voorbijgegaan aan Afrika: op dit continent wordt nauwelijks gebruik gemaakt van de vruchten ervan, te weten hybride gewassen, kunstmest en pesticiden. Daarom willen de grote agrochemische bedrijven, die tevens de producenten van gentechgewassen zijn, Afrika nu voorzien van gentechgewassen ("Biotech Crops in Africa: the Final Frontier", ISAAA, 2009).

 

Er is echter veel verzet tegen gentechteelt in Afrika. Zuid-Afrika, het enige Afrikaanse land met noemenswaardige gentechteelt, heeft weliswaar de teelt van gentech-soja, maïs en katoen toegelaten, maar de regering heeft de marktintroductie van een motresistente gentechaardappel en laboratoriumproeven met een virusresistente gentechbloembol afgewezen. Monsanto heeft afgezien van een veldproef met gentechkoolzaad in Zuid-Afrika, nadat de regering het bedrijf om meer veiligheidsinformatie vroeg. Een laboratoriumproef met gentechsorgo (met provitamine A) mocht echter, na twee afwijzingen, alsnog doorgaan. Sorgo is van oudsher een belangrijk volksvoedsel in Afrika (kafferkoren) en kent ook vele wilde verwanten. (African Centre for Biosafety )

Een van de westerse initiatieven om de honger in Afrika te verdrijven is de Alliance for a green revolution in Africa (AGRA, Alliantie voor een groene revolutie in Afrika). Deze wordt gefinancierd door de Bill and Melinda Gates Foundation, de Rockefeller Foundation en de Britse regering. Ze wil de bodem verbeteren, goede zaden leveren, boeren toegang geven tot markten en faciliteiten en de politiek tot steun aan de boeren bewegen. AGRA stelt dat ze daarbij geen ggo's gebruikt. De kritiek van maatschappelijke organisaties is echter dat AGRA wel de weg bereidt voor ggo's, doordat ze de industriële landbouw met hybride zaden, kunstmest en pesticiden stimuleert. (Vergelijk de relatie tussen de groene revolutie en gentechlandbouw, zoals beschreven op de pagina (Grote bedrijven ".) Bovendien heeft de Bill and Melinda Gates Foundation aandelen in Monsanto .

Katoen in India

Tot nu toe is de toepassing van ggo's in ontwikkelingslanden beperkt. In die landen waar het wel gebeurt, zoals bijv. Colombia, zijn het vaak de grootgrondbezitters die ggo's telen en niet de kleine boeren. Een uitzondering vormt wellicht India waar vertegenwoordigers van Monsanto-Mahyco, de Indiase dochteronderneming van Monsanto, kleine boeren overhaalden om Bt-katoen te gaan telen met slogans als “super-, superzaden” . De katoenteelt vraagt heel veel pesticiden en boeren zouden maar wat blij zijn als ze daar vanaf konden komen. De belofte van Monsanto-Mahyco was dat het pesticidengebruik drastisch gereduceerd zou kunnen worden, de opbrengst hoger zou zijn en de verdiensten navenant omhoog zouden gaan. Maar het omgekeerde bleek het geval. Volgens een onderzoek de Indiase deelstaat Andhra Pradesh en de Acharya N.G. Ranga Universiteit verdienden de boeren die de gentechkatoen in het seizoen 2002-2003 teelden maar een derde van wat de boeren kregen die het hielden bij conventionele katoen. De belangrijkste redenen voor de zwaar tegenvallende opbrengsten waren

(zie Friends of the Earth):

 

  • De gentechkatoenzaden waren gemiddeld vier keer zo duur.
  • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op de gentechkatoen daalde niet zoals voorspeld, maar bleef ongeveer gelijk aan het gebruik op conventionele katoen.
  • De gentechkatoen werd, ondanks de belofte van Monsanto dat de planten “insectresistent” waren, toch aantast door insectenplagen.
  • De opbrengsten waren veel lager dan verwacht.


In de afgelopen jaren is er in India een toenemend aantal zelfmoorden onder boeren te zien geweest. Veel van deze zelfmoorden hebben direct te maken met de teelt van (Bt) katoen. Boeren die geld lenen aan het begin van het teeltseizoen voor de aanschaf van zaden, kunstmest en pesticiden, zijn na de tegenvallende oogsten niet in staat hun schulden af te betalen. Vele duizenden boeren hebben hierdoor een eind aan hun leven gemaakt door pesticiden op te drinken. Door deze trieste gang van zaken zijn veel deelstaten wel een stuk kritischer ten aanzien van Bt-katoen geworden en in sommige staten is de teelt ervan verboden, maar tegelijkertijd breidt de teelt zich nog wel uit. Voor een beperkte groep boeren lijkt de gentechkatoen namelijk wel enig voordeel op te leveren. Door alle ophef rond de Bt katoen heeft het hooggerechtshof van India in 2006 bepaald dat er geen nieuwe grootschalige proefvelden mogen worden goedgekeurd. Desalniettemin heeft de commissie die veldproeven beoordeelt toch grootschalige proeven met Bt-aubergine toegelaten. Aubergine is een zeer belangrijk voedselproduct in India. In 2010 besloot de Indiase Minister van Milieu echter, na een grote publieksraadpleging, tot een moratorium op commercialisatie van de Bt-aubergine, omdat de veiligheid ervan voor mens en milieu onzeker is.
top

 

China

China werd lange tijd gezien als het land waar gentechgewassen snel commercieel zouden worden toegepast. Dit vanwege het feit dat China al vroeg was begonnen met het ontwikkelen van gentechnologie en er veel geld in werd geïnvesteerd. Het is daarom verrassend dat het aantal gentechgewassen dat commercieel geteeld wordt, nog steeds zeer gering is: eigenlijk wordt in China nog steeds praktisch alleen Bt-katoen geteeld. En hoewel de eerste jaren werd gezegd dat de Bt-katoen in China een groot succes was, kwamen er later berichten en studies naar buiten waaruit bleek dat zich in de gentechkatoenteelt in China ook grote problemen voordeden met ondermeer secundaire plagen. Ook waren er incidenten zoals besmetting van exportproducten met gentechrijst, die niet voor commerciële teelt was toegelaten maar toch op veel plekken buiten de veldproeven werd gevonden. Ook zijn er een miljoen transgene populieren geplant in het land zonder dat duidelijk is waar ze precies staan.
Begin 2007 gaf de Chinese overheid aan dat ze de investeringen in onderzoek naar gentechgewassen zou verviervoudigen. Het blijft dus zeer wel mogelijk dat de toepassingen van gentechnologie in de Chinese landbouw zullen toenemen. Maar de weerstand in de wereld en met name de EU, zorgt er ook voor dat de Chinese autoriteiten voorzichtig zullen zijn met commerciële toelatingen, zeker waar het exportproducten betreft.
top

 

Genetische vervuiling

Soms worden kleine boeren geconfronteerd met gentechgewassen zonder er zelf voor gekozen te hebben. Zo werd bij een onderzoek (zie: Onderzoek gentechgewassen ) in afgelegen streken van Mexico gentechmaïs aangetroffen. Dat was vreemd want Mexico kent een verbod op de teelt van transgene maïs. Het probleem werd veroorzaakt door maïs die vanuit de VS in grote hoeveelheden naar Mexico wordt geëxporteerd. Tijdens het transport vallen de zaden van de vrachtwagens en groeien vervolgens uit tot planten. Op deze manier is hoogstwaarschijnlijk de verspreiding verder gegaan. Dit is des te zorgwekkender omdat Mexico het “centrum van oorsprong” is van maïs, dus de plaats waar maïs ontstaan is. Zuid Amerikaanse Indianen hebben in de loop van duizenden jaren talloze maïsvariëteiten ontwikkeld die geschikt zijn voor de meest uiteenlopende weersomstandigheden en grondsoorten. Die variatie wordt door veredelaars gebruikt om gewenste genetische eigenschappen te vinden. Het is dus ongewenst als deze variëteiten genetisch vervuild worden met transgeen DNA; de gevolgen zijn onbekend en het is niet uit te sluiten dat het aantal traditionele variëteiten zal afnemen.
In de afgelopen jaren zijn er een aantal incidenten geweest waarbij niet toegelaten gentechzaden toch in de voedselketen terechtkwamen. De eerste zaak was in 2000 en betrof zgn. Starlink maïs, die alleen als veevoer was toegelaten, maar toch in de menselijke voedingsketen was terechtgekomen. In 2006 was er opnieuw contaminatie met een maïssoort en vervolgens ook 2 keer met een rijstsoort. Dit terwijl er nog helemaal geen gemanipuleerde rijst commercieel op de markt is. Een rijstvariant kwam uit de VS en de andere uit China. In beide landen zijn wel grote proefvelden met gentechrijst. De rijst uit de VS was ontwikkeld door Bayer en tussen 1997 en 2001 zijn er veldproeven mee gedaan in de VS. Daarna is Bayer met het product gestopt. Het is zeer zorgwekkend dat in 2006 pas werd ontdekt dat de rijst toch in de voedselketen is terechtgekomen. Het kan dus heel goed zijn dat deze contaminatie jarenlang onopgemerkt is gebleven.
top

 

Onderzoek

Ondanks het feit dat ggo's nog maar weinig geteeld worden in ontwikkelingslanden en ondanks de uitblijvende voordelen voor kleine boeren wordt in onderzoek het accent wel steeds meer op gentechnologie gelegd. Dit gebeurt meestal onder invloed van westerse overheden of westerse biotechbedrijven. In een aantal ontwikkelingslanden worden ook door de overheid zelf gentech-onderzoeksinstituten opgericht. Een probleem is echter dat het onderzoek en de benodigde apparatuur erg duur zijn en de resultaten onzeker. Andere oplossingen kunnen vaak een veel grotere bijdrage leveren aan het opheffen van landbouwproblemen dan gentechnologie.
top

 

Alternatieven

Uit een onderzoek van de Universiteit van Essex blijkt dat met behulp van moderne, duurzame landbouwtechnieken een opbrengstvergroting van gemiddeld 73% kan worden bereikt. Bovendien hebben deze technieken een positieve invloed op het milieu. Te denken valt aan voorbeelden als plaagbestrijding met behulp van insecten, het bemesten van het land met biomassa (bladeren) en efficiënter gebruik van beschikbare middelen door rijstakkers die onder water staan te gebruiken voor de teelt van vis. Volgens het rapport van de Universiteit van Essex heeft er de afgelopen tien jaar een spectaculaire groei van dergelijke technieken plaatsgevonden, met name in ontwikkelingslanden. Duurzame landbouwtechnieken worden nu toegepast op ongeveer 30 miljoen hectare. In Afrika, Azië en Latijns-Amerika wordt volgens het onderzoeksrapport inmiddels 3% van de landbouwgrond duurzaam gebruikt. Die oppervlakte is volgens de onderzoekers 300 keer groter dan in het begin van de jaren '90, toen duurzame landbouw in de Derde Wereld op maar 100.000 hectare bedreven werd.
top

 

Documenten die hierop betrekking hebben:

  • Na de groene revolutie de genenrevolutie?, HIVOS en Milieudefensie, 2000 (558 kB)

 

 

Introductie uit 2000 over genetische manipulatie wereldwijd en het verband met agro-biodiversiteit, voedselzekerheid en handel.

 

 

 

 

 

  • Paraguay sojero, S. Semino e.a., 2006 (2,12 MB)

 

Rapport over de manier waarop gentechsoja in Paraguay geïntroduceerd werd: gewelddadige verdrijving van boeren en schade aan andere voedselgewassen en aan de gezondheid van omwonenden door de bespuitingen met onkruidverdelger.