Gentech logo

Dè Nederlandstalige website voor informatie over genetische manipulatie van landbouwgewassen en voedsel en de gevolgen voor mens, milieu, dieren, ontwikkelingslanden en consumenten wereldwijd.


/ Home / Info / Gentech in Ontwikkelingslanden

IX Gentech in Ontwikkelingslanden

De druk vanuit de VS en de gentechindustrie op ontwikkelingslanden om gentechgewassen toe te laten of zelf te gaan telen is bijzonder groot.
Die druk is al jaren aan de gang en begint hier en daar vruchten af te werpen. Met name in Afrika lijken overheden langzaam te zwichten voor deze druk. Landen als Tanzania en Uganda beginnen hun wetgeving aan te passen voor toelating van ggo’s. In West Afrika is een soortgelijke ontwikkeling te zien. Toch is anno 2007 Zuid Afrika nog altijd het enige Afrikaanse land waar ggo's commercieel geteeld worden. Ook in Latijns Amerika is de druk groot. Naast de doorgaande expansie van sojaplantages in Paraguay, soms met paramilitair geweld, is er ook grote druk op bijv. Mexico om gemanipuleerde maïs te gaan telen. Maar de weerstand tegen transgene gewassen is in veel landen in het Zuiden ook nog steeds erg groot. Zo heeft bijv. de Andesregio, het centrum van oorsprong van de aardappel, verklaard geen gemanipuleerde aardappels te willen telen. In veel landen is er een heftig debat over gentechgewassen.

Katoen in India
China
Genetische vervuiling
Onderzoek
Alternatieven

Katoen in India


Tot nu toe is de toepassing van ggo's in ontwikkelingslanden beperkt. In die landen waar het wel gebeurt, zoals bijv. Colombia, zijn het vaak de grootgrondbezitters die ggo's telen en niet de kleine boeren. Een uitzondering vormt wellicht India waar vertegenwoordigers van Monsanto-Mahyco, de Indiase dochteronderneming van Monsanto, kleine boeren overhaalde om Bt-katoen te gaan telen met slogans als “super, superzaden” . De katoenteelt in India vraagt om heel veel pesticiden en boeren zouden maar wat blij zijn als ze daar vanaf konden komen. De belofte van Monsanto-Mahyco was dat het pesticidengebruik drastisch gereduceerd zou kunnen worden, de opbrengst hoger zou zijn en de verdiensten navenant omhoog zouden gaan. Maar het omgekeerde bleek het geval. Volgens een onderzoek de Indiase deelstaat Andhra Pradesh en de Acharya N.G. Ranga Universiteit verdienden de boeren die de gentech katoen in het seizoen 2002-2003 teelden maar een derde van wat de boeren kregen die het hielden bij conventionele katoen. De belangrijkste redenen voor de zwaar tegenvallende opbrengsten waren:(zie Friends of the Earth)

  • De gen katoen zaden waren gemiddeld vier keer zo duur
  • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op de gen katoen daalde niet zoals voorspeld, maar bleef ongeveer gelijk met het gebruik op conventionele katoen
  • De gen katoen werd, ondanks de belofte van Monsanto dat de planten “insectresistent” waren, toch aangevallen door insectenplagen
  • De opbrengsten waren veel lager dan verwacht


In de afgelopen jaren is er in India een toenemend aantal zelfmoorden onder boeren te zien geweest.
Veel van deze zelfmoorden hebben direct te maken met de teelt van (Bt) katoen. Boeren die geld lenen aan
het begin van het teeltseizoen voor de aanschaf van zaden, kunstmest en pesticiden, zijn na de tegenvallende
oogsten niet in staat hun schulden af te betalen. Vele duizenden boeren hebben hierdoor een eind aan hun leven
gemaakt door pesticiden op te drinken. Door deze trieste gang van zaken zijn veel deelstaten wel een stuk kritischer
ten aanzien van Bt katoen geworden en in sommige staten is de teelt ervan verboden, maar tegelijkertijd breidt de
teelt zich nog wel uit. Voor een beperkte groep boeren lijkt de gentechkatoen namelijk wel enig voordeel op te leveren.
Door alle ophef rond de Bt katoen heeft het hooggerechtshof van India in 2006 bepaald dat er geen nieuwe grootschalige proefvelden mogen worden goedgekeurd. Desalniettemin heeft de commissie die veldproeven beoordeelt toch grootschalige proeven met Bt aubergine toegelaten. Aubergine is een zeer belangrijk voedselproduct in India.
top

China


China werd lange tijd gezien als het land waar gentechgewassen snel commercieel zouden worden toegepast. Dit vanwege het feit dat China al vroeg was begonnen met het ontwikkelen van gentechnologie en er veel geld in werd geïnvesteerd.
Het is daarom verrassend dat het aantal gentechgewassen dat commercieel geteeld wordt, nog steeds zeer gering is en eigenlijk nog steeds uit praktisch alleen Bt katoen bestaat. En hoewel de eerste jaren werd gesproken dat de Bt katoen in China en groot succes was, kwamen er de laatste jaren berichten en studies naar buiten waaruit bleek dat zich in de gentechkatoenteelt in China ook grote problemen voordeden met ondermeer secundaire plagen. Ook waren er incidenten zoals gentechrijst die niet voor commerciële teelt was toegelaten maar toch op veel plekken buiten de veldproeven werd gevonden. Ook zijn er een miljoen transgene populieren geplant in het land zonder dat duidelijk is waar ze precies staan.
Begin 2007 gaf de Chinese overheid aan de investeringen in onderzoek naar gentechgewassen te zullen verviervoudigen. Het blijft dus zeer wel mogelijk dat de toepassingen van gentech in de Chinese landbouw zullen toenemen. Maar de weerstand in de wereld en met name de EU, zorgt er ook voor dat de Chinese autoriteiten voorzichtig zullen zijn met commerciële toelatingen, zeker waar het exportproducten betreft.
top

Genetische vervuiling


Soms worden kleine boeren geconfronteerd met gentechgewassen zonder er zelf voor gekozen te hebben. Zo werd bij een onderzoek (zie:Onderzoek gentechgewassen) in afgelegen streken van Mexico gentechmais aangetroffen. Dat was vreemd want Mexico kent een verbod op de teelt van transgene mais. Het probleem werd veroorzaakt door mais die vanuit de VS in grote hoeveelheden naar Mexico wordt geexporteerd. Tijdens het transport vallen de zaden van de vrachtwagens en groeien vervolgens uit tot planten. Op deze manier is hoogstwaarschijnlijk de verspreiding verder gegaan. Dit is des te zorgwekkender omdat Mexico het “centre of origin” is van mais en daarmee het centrum van de maisdiversiteit. De maisplant komt dus van origine uit Mexico. Zuid Amerikaanse Indianen hebben in de loop van duizenden jaren talloze maisvarieteiten ontwikkeld die geschikt zijn voor de meest uiteenlopende weersomstandigheden en grondsoorten.

In de afgelopen jaren zijn er een aantal incidenten geweest waarbij niet toegelaten gentechzaden toch in de voedselketen terechtkwamen. De eerste zaak was in 2000 en betrof zgn. Starlink maïs, die alleen als veevoer was toegelaten, maar toch in de menselijke voedingsketen was terechtgekomen. In 2006 was er opnieuw contaminatie met een maïssoort en vervolgens ook 2 keer met een rijstsoort. Dit terwijl er nog helemaal geen gemanipuleerde rijst commercieel op de markt is. Een rijstvariant kwam uit de VS en de andere uit China. In beide landen zijn wel grote proefvelden met gentechrijst. De rijst uit de VS was ontwikkeld door Bayer en tussen 1997 en 2001 zijn er veldproeven mee gedaan in de VS. Daarna is Bayer met het product gestopt. Het is zeer zorgwekkend dat in 2006 pas werd ontdekt dat de rijst toch in de voedselketen is terechtgekomen. Het kan dus heel goed zijn dat deze contaminatie jarenlang onopgemerkt is gebleven.
top

Onderzoek


Ondanks het feit dat ggo's nog maar weinig geteeld worden in ontwikkelingslanden en ondanks de uitblijvende voordelen voor kleine boeren wordt in onderzoek het accent wel steeds meer op gentech gelegd. Dit gebeurt meestal onder invloed van westerse overheden of westerse biotech bedrijven. In een aantal ontwikkelingslanden worden ook door de overheid zelf gentech-onderzoeksinstituten opgericht. Een probleem is echter dat het onderzoek en de benodigde apparatuur erg duur is en het maar de vraag is of het echt wat oplevert. Gentechonderzoek gaat vaak ten koste van onderzoek naar andere oplossingen, zowel in het westen als in ontwikkelingslanden. Toch zijn het juist die andere oplossingen die een veel grotere bijdrage aan het oplossen van landbouwproblemen kunnen leveren dan gentech.
top

Alternatieven


Uit een recent onderzoek van de Universiteit van Essex blijkt dat met behulp van moderne, duurzame landbouwtechnieken een opbrengst vergroting van gemiddeld 73 % kan worden bereikt. Bovendien hebben deze technieken een positieve invloed op het milieu. Te denken valt aan voorbeelden als plaagbestrijding met behulp van insecten, het bemesten van het land met biomassa (bladeren) en efficienter gebruik van beschikbare middelen door rijstakkers die onder water staan te gebruiken voor de teelt van vis. Volgens het rapport van de Universiteit van Essex heeft er de afgelopen tien jaar een spectaculaire groei van dergelijke technieken plaatsgevonden, met name in ontwikkelingslanden. Duurzame landbouwtechnieken worden nu toegepast op ongeveer 30 miljoen hectare. In Afrika, Azie en Latijns Amerika wordt volgens het onderzoeksrapport inmiddels 3 % van de landbouwgrond duurzaam gebruikt. Dat oppervlakte is volgens de onderzoekers 300 keer groter dan in het begin van de jaren 90, toen duurzame landbouw in de Derde Wereld op maar 100.000 hectare bedreven werd.
top