Debat over octrooi en kwekersrecht nog niet afgerond
(Bericht van Biologica) Op 30 juni heeft er een zogenaamd Algemeen Overleg plaatsgevonden in de Tweede Kamer over het rapport “Veredelde Zaken”. Dit rapport gaat in op twee beschermingssystemen van intellectueel eigendom die in de veredelingssector gebruikt worden; het octrooirecht en het kwekersrecht (zie toelichting hieronder). Het rapport laat zien dat het octrooirecht niet alleen de toegang tot genetische bronnen belemmert maar ook de markt (en daarmee macht)concentraties in de veredelingssector verder doet toenemen. Dit beperkt de innovaties in de plantenveredeling en het aanbod aan (nieuwe) rassen en vormt daarmee een directe bedreiging voor de voedselzekerheid.
Demissionair minister Verburg en minister Van der Hoeven stellen in hun reactie op het rapport onder andere voor om de eisen aan octrooien op planteigenschappen aan te scherpen. Daarnaast willen ze de discussie over dit onderwerp aanzwengelen in Europa. Plantum (de Nederlandse brancheorganisatie voor zaadbedrijven), LTO, Biologica en maatschappelijke organisaties zoals Greenpeace en A Seed vinden dat onvoldoende. Nederland heeft als toonaangevend veredelingsland een belangrijke positie in deze discussie en zou daarom een voortrekkersrol kunnen en moeten spelen binnen Europa. Plantum pleit ervoor om in de Europese Biotechnologie en Octrooi Richtlijn (98/44 /EG) een kwekersvrijstelling (breeders' exemption) op te nemen. Biologica, Greenpeace en A Seed gaan nog een stapje verder en willen dat de Europese wetgeving zo wordt aangepast dat er geen octrooi op planteigenschappen of genen meer mogelijk is.
Moties
Omdat de Kamerleden niet tevreden waren met de toezeggingen van de ministers Verburg en Van der Hoeven tijdens het Algemeen overleg hebben ze meteen een vervolg overleg belegd op 1 juli. In dit overleg zijn 5 moties in stemming gebracht.
De moties van de Partij voor de Dieren waarin wordt gepleit voor een verbod op het octrooieren van plant- en diereigenschappen zijn verworpen. Ook de motie waarin gepleit wordt voor een aanpassing van de Europese richtlijn is nipt verworpen met 71 tegen 70 stemmen.
De motie van de SP is wel aangenomen. De SP vraagt in haar motie om een onderzoek naar de juridische (on)mogelijkheden om een volledige kwekersrechtvrijstelling in te voeren binnen de Nationale, Europese of mondiale octrooi wetgeving. Binnen drie maanden moet dit onderzoek afgerond zijn en moet het kabinet met voorstellen komen aan de Tweede Kamer. Concreet betekent dit in ieder geval dat er over drie maanden opnieuw een debat zal plaatsvinden over dit onderwerp. Dan kunnen ook weer nieuwe moties worden ingediend.
Dat een kwekersvrijstelling binnen het octrooirecht minimaal vraagt om een aanpassing van de Europese Biotech-octrooirichtlijn (98/44 /EG) is overigens allang duidelijk. Aanpassing van de nationale wetgeving biedt alleen een tijdelijke oplossing voor onderzoekers. Wanneer de overheid een beperkte onderzoeksvrijstelling invoert in de Rijksoctrooiwet hoeven onderzoekers geen toestemming meer te vragen aan de octrooihouder om onderzoek te mogen doen met geoctrooieerd plantmateriaal. Deze vrijstelling is ook al door Frankrijk en Duitsland ingevoerd. Probleem blijft echter dat nog steeds toestemming nodig is om nieuwe rassen die geoctrooieerde eigenschappen bevatten op de markt te brengen.
Toelichting octrooi en kwekersrecht
Het kwekersrecht is speciaal in het leven geroepen als intellectueel eigendomsrecht voor de plantenveredeling. Het beschermt één ras en het genetisch materiaal van dit ras wordt niet afgeschermd voor verdere veredeling. Het kwekersrecht biedt voldoende bescherming voor veredelaars om hun investeringen in een nieuw ras terug te verdienen. Tegelijkertijd biedt de kwekersvrijstelling (in het Engels "breeders' exemption") andere veredelaars de mogelijkheid om het beschermde ras te gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe rassen.
Het kwekersrecht kent ook een boerenprivilege (in het Engels “farmers' privilege”) dat boeren onder voorwaarden recht geeft op het hergebruik van zaden van rassen met kwekersrecht. Dit is vooral van groot belang voor kleine boeren in diverse ontwikkelingslanden maar ook in (Oost) Europa zijn nog veel boeren die zelf zaad vermeerderen.
Het octrooirecht is ontwikkeld voor de bescherming van uitvindingen zoals het strijkijzer. Met de komst van genetische manipulatie technieken is het octrooirecht in de veredeling geïntroduceerd. Hoewel rassen officieel niet geoctrooieerd kunnen worden in Europa gebeurt dit via een omweg toch. De reikwijdte van een octrooi op genen of planteigenschappen strekt zich namelijk uit tot alle nakomelingen die de geoctrooieerde eigenschap of gensequentie bevatten. Dit kunnen ook rassen zijn van andere soorten gewassen. In de praktijk bepaalt de aanvrager de reikwijdte van zijn octrooi totdat andere partijen hier juridisch bezwaar tegen maken.
In tegenstelling tot het kwekersrecht kent het octrooirecht geen kwekersvrijstelling. Dat betekent dat veredelaars zonder toestemming van de octrooihouder niet verder mogen kruisen met planten die een geoctrooieerde eigenschap bevatten. Ook hebben zaadbedrijven een licentie nodig om nieuwe rassen met de geoctrooieerde eigenschap op de markt te brengen. De octrooihouder kan een licentie weigeren of alleen tegen heel ongunstige voorwaarden verlenen.
De praktijk laat zien dat octrooihouders hun octrooien gebruiken om concurrerende zaadbedrijven de toegang te ontzeggen tot planteigenschappen die van algemeen belang zijn zoals ziekteresistenties. Dit blokkeert de innovatie in de veredeling en geeft zaadbedrijven met een grote octrooiportefeuille al snel een monopoliepositie in een bepaald gewas.
