EC kan WTO-conflict zelf beslechten en moratoria handhaven
De EU lijkt aan het kortste eind te trekken in het handelsconflict over gentech met de VS, Canada en Argentinië, maar Stichting Genethica vindt dat dat wel meevalt. De Wereldhandelsorganisatie WTO stelt in een voorlopig oordeel dat de zes EU-landen die bepaalde gentechproducten verbieden, daarmee op moeten houden. Toch meent Stichting Genethica dat de Europese Commissie de sleutel in handen heeft om het conflict te winnen en de moratoria in stand te houden. Maar dan moet de Commissie wel met de billen bloot en gehoorzamen aan de beslissing van haar eigen Milieuraad.
De feiten
De VS, Canada en Argentinië stelden in 2003 dat de EU haar grenzen onrechtmatig dichthield voor gentechproducten. De EU zou daarmee vier verschillende WTO-verdragen schenden en de afzet van de Amerikaanse gentechproducten was gedaald. Beide partijen wezen samen een WTO-forum aan, dat anonieme wetenschappelijke deskundigen raadpleegde. Het was kennelijk niet eenvoudig, want het forum deed er drie jaar over en produceerde in februari een voorlopig oordeel van meer dan 1000 bladzijden. Het geheime, maar uitgelekte oordeel wordt mogelijk in april definitief, maar daarna kunnen de partijen nog in beroep gaan. Het WTO-forum acht het “niet nodig om te besluiten” over de aantijgingen onder drie van de vier WTO-verdragen en richt zich alleen op het Verdrag over Veiligheidsmaatregelen (SPS). Dat verdrag schendt de EU volgens het forum op drie punten: ze heeft de toelating van bepaalde gentechproducten niet “zonder overmatige vertraging” voltooid; Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië en Luxemburg baseren hun nationale moratoria niet op een geaccepteerde risicobeoordelingstechniek; en deze moratoria steunen ook niet op wetenschappelijke onzekerheid over de veiligheid. Het forum erkent echter dat het EU-brede moratorium inmiddels is afgelopen en gebiedt alleen de zes EU-landen om hun nationale moratoria in te trekken. Daarnaast stelt het forum expliciet dat het geen uitspraak doet over de veiligheid van gentechproducten en ook niet over de vraag of ze ‘lijken’ op gewone producten.
Niet méér gentechvoedsel naar Europa, maar wel naar arme landen?
De Europese Commissie stelt in een reactie dat het WTO-besluit “het systeem en het kader waarbinnen de EU beslissingen neemt over gentechproducten, niet zal veranderen”. De zes EU-landen die met name beschuldigd worden, reageren verontwaardigd. Ondanks de mogelijke boete die de EU zal oplopen, zijn zij niet van plan hun moratoria op te geven. “We zullen alle mogelijkheden benutten om de Oostenrijkse landbouw gentechvrij te houden en de veiligheid voor de consument te verzekeren”, aldus de Oostenrijkse minister van Landbouw. Maar zelfs als de zes nationale moratoria opgeheven zouden worden, is het uiterst onwaarschijnlijk dat Europese voedselbedrijven meer gentech zullen gaan gebruiken, want de Europese consument wil het nu eenmaal niet. EU-opinieonderzoek laat nog steeds zien dat de meerderheid van de Europeanen gentechvoedsel afwijst.
De WTO-uitspraak levert echter wel een reëel gevaar op voor andere landen in de wereld, met name armere landen die zich geen WTO-boete kunnen veroorloven. In India spreken maatschappelijke en boeren-organisaties hun angst uit dat de Verenigde Staten het WTO-rapport zullen gebruiken om hun gentechproducten agressiever te gaan dumpen in India en andere derde-wereld landen. Een landbouwadviseur in Malawi stelt: “Het is voor iedereen duidelijk dat de VS het WTO-besluit zullen interpreteren als een boodschap aan de Afrikanen dat het nu tijd is om gentechproducten te eten en geen kabaal meer te maken… tenslotte is de EU nu aan de lijn gelegd in deze kwestie.” Desondanks blijkt uit opinie-onderzoeken in uiteenlopende landen, zoals Mali, Zuid Afrika, Rusland, China en Japan, dat de meerderheid van de inwoners geen gentechvoedsel wil eten.
Stichting Genethica stelt vast dat de WTO-uitspraak op een aantal belangrijke punten in het voordeel van de EU uitvalt: de EU-wetgeving over gentech wordt niet veroordeeld en de EU wordt niet beschuldigd van protectie (bevoordeling van Europese producten boven Amerikaanse). Dat het WTO-forum zich, na zijn wetenschappelijke beraadslagingen, ook niet uitlaat over de veiligheid van gentechproducten en het verschil met gewone producten, is van groot belang. Het forum legt daarmee de meeste kritiek van de drie Amerikaanse landen naast zich neer. Wat het wel besluit, is niettemin ingrijpend: de moratoria zouden wetenschappelijk ongefundeerd zijn en daarom als voorzorgsmaatregel ontoelaatbaar zijn. Dat de WTO zich bemoeit met het voorzorgbeginsel terwijl er niet eens protectie in het spel is, is volgens Stichting Genethica ontoelaatbaar – zeker omdat de consument bij de verborgen en ondemocratische procedures van de WTO buitenspel staat.
De spagaat van de EC
De zaak draait dus om het wel of niet toestaan van voorzorg bij wetenschappelijke onzekerheid. Het WTO-Verdrag over Veiligheidsmaatregelen staat dit toe, maar volgens het WTO-forum zijn de wetenschappelijke argumenten van de EU-landen ongeldig. De EC speelt hierin een merkwaardige rol, observeert Stichting Genethica. Op EU-niveau stelt de Europese Voedselveiligheids Autoriteit (EFSA) keer op keer dat een nieuw gentechproduct veilig is voor mens en milieu, hoewel er vaak aanwijzingen voor het tegendeel zijn – bijvoorbeeld de orgaanafwijkingen die ratten krijgen van MON863 maïs en GT73 koolzaad. Op lidstaat-niveau zijn deskundigen, ambtenaren en ministers het dan ook vaak oneens met de EFSA. Ook Goede Waar & Co heeft, net als enkele andere maatschappelijke organisaties, al eerder twijfel uitgesproken over het vermogen van de EFSA om haar taak te vervullen. Bovendien is onduidelijk of de EFSA wel onafhankelijk is. Sommige lidstaten maken bij dergelijke onenigheid gebruik van hun recht onder de EU-wetgeving om bij wetenschappelijke onzekerheid voorzorgsmaatregelen te nemen, en verbieden het product in kwestie. De EFSA, en op haar advies ook de Europese Commissie, spreken steeds tegen dat er voldoende wetenschappelijke aanwijzingen voor deze moratoria zijn. In een historische beslissing floten de milieuministers in juni 2005 de EC echter terug: zij bepaalden met grote meerderheid dat de nationale moratoria in stand mochten blijven.
Het WTO-forum verklaart zich nu tegen de nationale moratoria: de risicobeoordelingstechnieken die de lidstaten hanteren, zouden niet goed genoeg zijn en daarom zou er geen wetenschappelijke twijfel over de veiligheid van de producten bestaan. Dat zegt de EFSA ook. Daarmee schaart de WTO zich aan de zijde van de EC, tegenover de EU-lidstaten. Stichting Genethica meent dat de WTO daarmee feitelijk alleen de interne verdeeldheid van de EU aan het licht brengt. De vraag is nu waar de Europese Commissie staat: gehoorzaamt zij de beslissing van de milieuministers van haar lidstaten, of lacht ze in haar vuistje bij het WTO-oordeel? Wat is, sinds juni 2005, het standpunt van de EC over de nationale moratoria: zijn die wel of niet terecht? De Commissie moet met de billen bloot, vindt Stichting Genethica.
De EC heeft zich zelf in deze spagaat gemanoeuvreerd, door het advies van de EFSA tegen alle kritiek in blind te blijven volgen. De Commissie moet zich neerleggen bij de mening van haar milieuministers en de moratoria formeel accepteren. Dan moeten de anonieme WTO-deskundigen op eigen kracht hun tegenargumenten onderbouwen, in plaats van te verwijzen naar de EFSA. De vraag is of hun oordeel dan overeind blijft – nog los van de vraag of de WTO wel bevoegd is om zich met voedselveiligheid te bemoeien.
De opgave waar de EC voor staat, is niet echt moeilijk: je hoeft geen deskundige te zijn om vraagtekens te zetten bij gewassen met ingebouwde insecticiden. Het feit dat wij die insecticiden zouden moeten eten is al vreemd genoeg, maar de onenigheid binnen de EU draait om de vraag: mogen we er wel of niet aan twijfelen of dat veilig is? Het is bijna te simpel voor woorden.
