Gentech logo

Dè Nederlandstalige website voor informatie over genetische manipulatie van landbouwgewassen en voedsel en de gevolgen voor mens, milieu, dieren, ontwikkelingslanden en consumenten wereldwijd.


/ Home / Alle berichten / Landbouw / Achtergrond: Pioneer veldproeven met gentechmais

Achtergrond: Pioneer veldproeven met gentechmais

Gepubliceerd door: Linda Coenen, redactie op: 02.05.2007 23:28

Pioneer Hi-Bred Northern Europe Sales Division wil op 3 locaties in Nederland veldproeven doen met genetisch gemanipuleerde maïs. Het betreft de gentechmais NK603 (bekend on der de merknaam Roundup Ready) die bestand is gemaakt tegen het onkruidverdelgingsmiddel glyfosaat, en hybriden van deze ggo. Het doel van de proeven is te testen of herbicide-tolerantie ook goed behouden blijft als de variëteit gekruist wordt met 2 andere gentechmaïsvariëteiten.


De velden waar de experimentele mais moet komen te staan, zijn maximaal 1 hectare groot en liggen aan de Schenkeldijk in Dussen (gem. Werkendam, West-Brabant), aan de Diepenheimseweg in Haaksbergen (Overijssel) en aan de Hoogriebroekseweg ten zuiden van Venray (Noord-Limburg). Om te voorkomen dat de gentechmais in het milieu terechtkomt of gewone mais in de omgeving besmet, moet Pioneer een aantal veiligheidsmaatregelen nemen. Zo moet er een isolatieafstand van 400 meter tot andere maisteelt gehanteerd worden en zullen er 4 rijen conventionele mais rondom het experimentele gewas ingezaaid worden om de meeste gentechpollen op te vangen. Om de zaden te testen worden alleen complete maiskolven van de plant gehaald. Zowel de gentechmais als deze conventionele mais zullen aan het eind van het seizoen geoogst en vernietigd worden. Plantenresten die niet geoogst zijn ten behoeve van het onderzoek worden verhakseld en in de bodem geploegd.

Isolatie-afstand
Oorspronkelijk vonden Pioneer en de vergunningverlener VROM een isolatie-afstand van 250m voldoende, maar in reactie op bezwaren van Greenpeace en bezorgde burgers heeft VROM Pioneer opgedragen deze afstand te vergroten tot 400 meter. Het handhaven van dit soort isolatie-afstanden is niet altijd even makkelijk in een regio waar veel percelen met mais zijn. Dat bleek bijvoorbeeld bij het eerste veldonderzoek met gentechmais in Nederland dat vorig jaar werd gedaan. Ondanks zorgvuldig informeren bij boeren in de omgeving van de 6 proeflokaties bleek toen in de loop van het teeltseizoen dat er toch een gewoon maisveld op 170 meter van een van velden met gentechmais was gezaaid.
Greenpeace vindt dan ook dat de veldproef van Pioneer niet mag plaatsvinden zolang er geen eisen zijn ten aanzien van het monitoren van effecten op of verspreiding in de omgeving. Aan de vergunning zijn voor zover bekend geen bindende monitoringvoorschriften verbonden.

NK603 en de gekruiste hybriden
NK603 (bekend onder de merknaam Roundup Ready) is een door agrogigant Monsanto ontwikkelde maisvariëteit. Het gewas is door middel genetische modificatie bestand gemaakt tegen het algemene onkruidverdelgingsmiddel glyfosaat. (Dit wordt onder verschillende merknamen verkocht; het merk Roundup van Monsanto wordt het meest gebruikt.) Zo kan er dus ongelimiteerd gespoten worden tegen onkruiden zonder dat de mais daar onder lijdt.
RoundupReady-mais wordt al commercieel geteeld in de VS, Canada en Argentinië. In Europa is deze toepassing nog niet toegestaan. Wel wordt hij al gebruikt in veevoer en in voedingswaren. Veldproeven worden behalve in Nederland ook in Duitsland, Spanje, Roemenië, Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Frankrijk en Portugal gedaan. Nederlandse boeren staan vaak terughoudend tegenover de teelt van gentechgewassen, vooral omdat de consument ze liever niet wil. Een woordvoerder van de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond (LLTB) gaf onlangs aan dat met name herbicide-resistente gewassen geen voor de hand liggende keuze zijn voor boeren. Grootschalig gebruik van algemene onkruidbestrijdingsmiddelen kan allerlei problemen veroorzaken. Zo kan het snel leiden tot resistentieontwikkeling bij de onkruiden zelf: wereldwijd zijn inmiddels 11 onkruiden resistent tegen glyfosaat (zie www.weedscience.org). Ook is het met het oog op de milieuvervuiling juist de bedoeling pesticidegebruik te verminderen. Toch ziet Pioneer er blijkbaar voldoende brood in om voorbereidende veldproeven te doen met dit type gentechmais.

In de veldproeven wordt de NK603 vergeleken met 2 hybride maisvarieteiten, die een kruising zijn van NK603 met de insect-resistente TC1507 (ook wel DAS 1507, bekend onder de merknaam Herculex I) en de insect-resistente 59122 (bekend onder de merknaam Herculex RW). TC1507 is een varieteit van Pioneer/Dow Agroscience is sinds 2001 in procedure om toegelaten te worden voor teelt binnen de EU. Het gewas heeft een dubbele genetische manipulatie: ten eerste is het zodanig genetisch gemanipuleerd dat hij in elke cel een proteïne of eiwit (Cry1F) aanmaakt die giftig is voor de Europese maisstengelboorder. De larven van deze motachtige leven in en van de stengel van de maisplant waardoor deze makkelijker om knakt en lastiger te oogsten is. In noordwest Europa vormt dit insect nog geen probleem omdat het hier te koud is, maar boeren zijn bang wel schade te gaan ondervinden als het warmer wordt. Het toepassen van gewasrotatie zou een alternatieve oplossing voor het probleem kunnen zijn, aangezien de rupsen niet overleven als er in het opvolgende seizoen niet weer mais op hetzelfde perceel staat. Monsanto heeft ook een Bt-mais die een verwant proteine (Cry1A) aanmaakt, MON810. Deze mag als enige gentechvarieteit van mais in Europa worden geteeld, maar dit jaar gaat de EU opnieuw beoordelen of ze voldoende veilig is. De toelating loopt af en vond destijds plaats onder regelgeving die inmiddels strenger geworden is. De tweede manipulatie van TC1507 is resistentie tegen de onkruidverdelger glufosinaat ammonium.

Gezondheidseffecten Herculex
De derde gentechmais waar de hybride NK603X1507 weer mee werd gekruist, is 59122 (bekend onder de merknaam Herculex RW). Deze 59122-mais is ontwikkeld door Dow Chemical samen met partner Pioneer Hybrid en is resistent tegen het mogelijke plaaginsect de maiswortelkever en tegen het onkruidverdelgingsmiddel glufosinaatammonia. Door het inbrengen van BT-genen maakt de plant de proteïnen Cry34Ab1 en Cry35Ab1 aan om de schadelijke kever te doden en ook de proteïne PAT die resistent maakt tegen het landbouwgif. Toelating van deze mais voor gebruik in veevoer, voedingsproducten en industriële verwerking is nog in behandeling bij de EU. De Europese Voedsel Veiligheid Autoriteit EFSA heeft inmiddels een positief advies gegeven ondanks dat er gezondsheidseffecten gevonden waren in een voedingsproef met ratten. Milieuorganisaties en kritische experts van o.a. het Instituut voor Wetenschap in de Samenleving (I-SIS) vinden deze mais mogelijk gevaarlijk voor consumptie en eisen dat er eerst meer onderzoek gedaan wordt voordat deze mais in voedsel voor mens of dier terecht mag komen. Zij verwijten autoriteiten laks optreden in de beoordeling en toelating van deze en andere gentechgewassen en -producten (zie bijvoorbeeld de rapporten van I-SIS: GM Food nightmare unfolding en van Friends of the Earth Europe Throwing caution to the wind). In de VS wordt deze mais al op grote schaal geteeld en geconsumeerd. In april 2007 ontdekte Greenpeace in de Rotterdamse haven dat maisimport uit de VS was vervuild met onder andere deze illegale gentechmais. Ook hier werd de controlerende autoriteit op de vingers getikt: de Voedsel en Waren Autoriteit had deze vervuiling niet opgemerkt omdat ze sinds 2006 veel minder is gaan controleren. Brussel maande Nederland aan al deze mais op te sporen en terug te sturen.

Milieurisico's
In december 2006 diende Greenpeace bedenkingen in bij VROM tegen deze veldproeven. VROM is van mening dat de veldproeven geen schadelijke milieueffecten zullen hebben. Greenpeace is het daar niet mee eens en wees op recent onderzoek met veel aanwijzingen dat de Bt-proteinen Cry1F (uit Herculex I) en Cry34Ab1 en Cry35Ab1 (uit Herculex RW) wel degelijk schadelijk is voor goedaardige niet-doelwitinsecten. Uit enigszins karige onderzoeksgegevens die Pioneer zelf op verzoek van VROM overlegde, blijkt dat de NK603 x 1507 x 59122 maïs inderdaad mogelijk effecten op vaak nuttige niet-doelwitorganismen (dwergcicaden en parasitaire sluipwespen) heeft.VROM meent dat de huidige proef te kleinschalig is om echt kwaad te kunnen. Met het oog op de mogelijkheid dat de veldproef in de toekomst op grotere schaal zal worden uitgevoerd adviseert VROM aan Pioneer om te monitoren op dwergcicaden, sluipwespen en vlinders. Er worden geen eisen gesteld aan de manier waarop. Greenpeace vindt dit soort aanwijzingen niet dwingend genoeg om milieuschade te voorkomen.

meer informatie:
www.vrom.nl/biotechnologie
www.minlnv.nl/biotechnologie
www.gmo-compass.org
www.i-sis.org.uk
www.foeeurope.org/GMOs/Index.htm