Herculex RW maïs toch toegelaten, gentech-suikerbiet ook
Opnieuw heeft de Europese Commissie de toelating van vier gentech-gewassen doorgedrukt. Het gaat om de omstreden Herculex RW maïs en twee kruisingen van al eerder toegelaten maïssoorten; voor het eerst is ook een genetisch gemodificeerde suikerbiet toegelaten voor verwerking in voedsel en veevoer.
Over geen van de vier gewassen konden de EU-deskundigen, noch de ministers van de lidstaten het eens worden. De Commissie mag dan de beslissing nemen en liet de drie maïsrassen en de suikerbiet toe, ondanks de kritiek van vele lidstaten die tegenstemden. Het gaat in alle vier gevallen om verwerking van geïmporteerde gewassen in voedsel en veevoer, niet om teelt. Er ligt nog een groot aantal vergunningaanvragen voor gentech-gewassen te wachten op een beslissing, maar de Europese Commissie schuift steeds die aanvragen naar voren waar de Verenigde Staten het meest op aandringen. Dat bleek dit voorjaar, toen Greenpeace in een scheepslading Amerikaanse gentechmaïs in Rotterdam de Herculex RW maïs aantrof. Deze gentechmaïs van de zaadbedrijven Pioneer en Dow bevat twee nieuwe insecticiden en was nog niet toegelaten. Prompt zette de EC de Herculex RW op de agenda van het comité van EU-deskundigen dat een vergunningbesluit moet voorbereiden. Dat comité kwam in juni niet tot een besluit, en de EU-Landbouwraad op 26 september ook niet. In de Landbouwraad stemden volgens GENET o.a. Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Zweden voor; Frankrijk en Italië onthielden zich van stemming.
Met de gentech-suikerbiet H7-1 van Monsanto en KWS Saat heeft de EC een andere controversiële stap gezet. Sinds jaren zijn alleen gentech-variëteiten van maïs, soja, koolzaad en katoenzaad in de EU toegelaten in voedsel en veevoer. Voor het eerst komt daar nu een nieuwe plantensoort bij. De gentech-suikerbiet kan, zoals alle suikerbieten, verwerkt worden tot suiker, pulp en molasse. Voedingsmiddelen en diervoeders waarin hij verwerkt wordt, moeten op het etiket de vermelding “geproduceerd met genetisch gemodificeerde suikerbiet” dragen. Het is echter de vraag of Europese voedselbedrijven de gentechbiet zullen gebruiken, aangezien de meesten geen gentech-ingrediënten verwerken. De H7-1 suikerbiet is, zoals vele gentech-gewassen, resistent gemaakt tegen de onkruidverdelger glyfosaat (Roundup) van Monsanto.
De andere twee gentechmaïs-variëteiten die nu zijn toegelaten, zijn kruisingen van variëteiten die al eerder toegelaten waren in voedsel: 1507xNK603 en MON810xNK603.
De handelwijze van de EU rond gentechgewassen is op twee punten in het beslissingstraject omstreden. Ten eerste valt op dat de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA), in weerwil van de vele negatieve wetenschappelijke bevindingen over de veiligheid van gentech-gewassen, altijd een positief advies afgeeft over de vergunningaanvragen. Zelfs de Eurocommissarissen Dimas en Kyprianou zijn hier ontevreden over. Na een positief advies van de EFSA over een vergunning moet een comité van deskundigen een besluit van de Europese Commissie over de vergunning voorbereiden. Dit is het Permanent Comité voor de Voedselketen en Diergezondheid (PCVD), waarin alle lidstaten vertegenwoordigd zijn. De PCVD-leden stemmen over goed- of afkeuring van de vergunning. Hun besluit is alleen geldig als het met gekwalificeerde meerderheid genomen wordt. Als de PCVD een vergunning met gekwalificeerde meerderheid goedkeurt, kan de EC dit besluit meteen overnemen. Dat is sinds het einde van het EU-moratorium in 2004 echter nog niet voorgekomen. Over geen van de gentech-vergunningen die sindsdien voorlagen, kon de PCVD met gekwalificeerde meerderheid besluiten: steeds waren onvoldoende leden voor, maar ook onvoldoende leden tegen.
In dat geval moet de Raad van de Europese Unie, waarin de ministers van de lidstaten zitten, een besluit nemen. Meestal wordt dit gedaan door de milieu- of de landbouwministers. Ook voor de ministers geldt dat ze met gekwalificeerde meerderheid moeten besluiten. En ook hen is dat nog nooit gelukt bij gentech-vergunningen. Natuurlijk zegt dat veel over de mate waarin de lidstaten het eens zijn over de wetenschappelijke beoordeling van de gentech-gewassen. Die onenigheid vertaalt zich echter niet in het uiteindelijke besluit: als de Raad het niet eens wordt, mag de EC de knoop namelijk doorhakken – en die doet dat tot nu toe zonder uitzondering in het voordeel van de zaadproducenten. Dit is het tweede punt van kritiek op de beslisprocedure: ondanks de voortdurende onenigheid onder de lidstaten, heeft de Commissie alle gentech-vergunningen sinds het einde van het moratorium goedgekeurd. Overigens ging het daarbij uitsluitend om vergunningen voor verwerking van geïmporteerde gewassen in voedsel en veevoer. De Commissie heeft het nog niet aangedurfd om de vergunning-aanvragen voor teelt door te zetten.
