Gentech logo

Dè Nederlandstalige website voor informatie over genetische manipulatie van landbouwgewassen en voedsel en de gevolgen voor mens, milieu, dieren, ontwikkelingslanden en consumenten wereldwijd.


/ Home / Alle berichten / Biosector geen baat bij proeven transgene maïs

Biosector geen baat bij proeven transgene maïs

Gepubliceerd door: Hivos op: 15.05.2006 09:47

Agrarisch dagblad zaterdag 6 mei - Afgelopen woensdag heeft Greenpeace een transgeen maïsproefveld van Plant Research International (PRI) ingezaaid met biologische spinazie. Het is voorbarig dat het ministerie van landbouw stelt dat de uitkomsten van de proef niet alleen van belang zijn voor de gangbare sector maar ook voor biologische telers. De biologische sector heeft geen enkel belang bij deze maatschappelijk omstreden GGO proef. Biologica, ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding heeft geprobeerd om hem te voorkomen.


Aanleiding voor de proef is een aanbeveling uit het convenant ‘coëxistentie primaire sector’ waar ook Biologica aan heeft meegewerkt. De convenantpartijen willen graag weten welke isolatieafstanden nodig zijn om uitkruising tussen transgene maïs en GGO vrije maïs te voorkomen.
In het buitenland is al veel onderzoek gedaan naar uitkruising bij maïs. Op basis van dit onderzoek is (in het convenant) voor bescherming van de gentechvrije maïstelers een bufferzone van 250 meter afgesproken. De vraag is echter hoe maïspollen zich precies gedragen in het Nederlandse klimaat, bij een Zuidwestenwind en met relatief kleine percelen. Voldoet de 250 meter in de Nederlandse landbouwpraktijk of is een ruimere afstand noodzakelijk?

De huidige proefopzet van PRI is veel te beperkt om deze vraag te beantwoorden. PRI meet de uitkruising alleen op 25 en 250 meter. Als bij 250 meter vermenging wordt geconstateerd weten we nog steeds niet welke afstand dan wel nodig is.
Bovendien hebben onafhankelijke wetenschappers, op verzoek van Biologica, de proefopzet bekeken. Zij concludeerden dat de proef statistisch irrelevant is. Het aantal proefvelden is simpelweg te klein. Dat betekent dat aan de uitkomsten geen conclusies kunnen worden verbonden over de bruikbaarheid van de gekozen afstanden. De proef heeft dus amper waarde voor de praktijk.

Alternatieven
Biologica is nog steeds voorstander van onderzoek naar uitkruising, maar dan wel met conventionele maïs. Dat heeft alleen maar voordelen. Op de eerste plaats loopt de biologische sector dan geen risico op GGO-vervuiling. Daarnaast is het veilig voor het milieu, maatschappelijk onomstreden én het kan op grote schaal worden toegepast. Daarmee worden de resultaten ook meteen een stuk betrouwbaarder.
PRI had bijvoorbeeld, net als onderzoekers in Duitsland hebben gedaan, gebruik kunnen maken van maïsrassen die nu in de praktijk geteeld worden. Met behulp van moleculaire merkers, een soort genetische vlaggetjes, kunnen deze rassen uit elkaar worden gehouden.
Biologica heeft altijd gepleit om een flink budget te reserveren voor monitoring van de afstanden in het geval er daadwerkelijk commerciële teelt van transgene maïs plaats gaat vinden. Biologica hoopt van harte dat het budget voor monitoring beschikbaar is voordat commerciële teelt plaats gaat vinden.

Er zitten nog meer haken en ogen aan het onderzoek. Doordat het gebruikte transgene maïsras (Bt-MON810) in Nederland is toegelaten gaat het hier officieel niet om een veldproef maar om de -eerste- teelt van een transgeen gewas. Tegelijkertijd gaat het wel om onderzoek en daarom is PRI als uitvoerder gevrijwaard van aansprakelijkheid. Het is dus onduidelijk bij wie telers met eventuele schadeclaims terecht kunnen.
Verder is op dit moment nog onbekend waar de overige proefvelden precies liggen. De exacte locaties worden pas dertig dagen na de zaai bekend gemaakt. Tegelijkertijd is het onduidelijk hoe en wanneer telers in de buurt van de proefvelden geïnformeerd worden. Voor aanpassing van teeltplannen is het intussen al te laat. Dit alles maakt dat er onder telers, zowel biologische als gangbare, grote ongerustheid is ontstaan.
Het is daarom voorbarig dat de overheid suggereert dat deze proef ook nuttig is voor de biologische sector.
Biologische telers kiezen niet voor manipulatie maar juist voor samenwerking met de natuur.


Maaike Raaijmakers
Beleidsmedewerker gentechnologie
Biologica