Toekomstverkenning VWA over gewassen met meervoudige modificaties
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) signaleert dat nieuwe gentechgewassen met meervoudige modificaties mogelijk positiever beoordeeld zullen worden door het publiek, omdat ze andere voordelen zouden bieden. Dat staat in een toekomstverkenning over productveiligheid die het instituut morgen aanbiedt aan de ministers Verburg (LNV) en Klink (VWS). Het boek analyseert de risico's van deze gentechgewassen en zes andere productgroepen, maar gaat niet in op de zin van het maken van de gentechgewassen. Het lijkt daardoor de afwegingen van de consument niet goed in te schatten.
Het bureau Risicobeoordeling van de VWA heeft een toekomstverkenning gedaan naar de belangrijkste nieuwe technologieën in de komende tien jaar, onder de titel "Voorzorg voor voedsel- en productveiligheid. Een kijkje in de toekomst". De taak van het bureau is om risico’s voor mens en dier van voedsel en andere producten in een vroegtijdig stadium te signaleren, te beoordelen en erover te adviseren. Het boek is bestemd voor "iedereen die wil weten welke innovatieve producten eraan komen, wat de eventuele risico’s zijn en wie daarbij verantwoordelijk zijn voor onze veiligheid". De toekomstverkenning bevat risicoprofielen van zeven productgroepen, waaronder nieuwe generaties gentechgewassen met meervoudige modificaties. Uit het boek blijkt vooral onzekerheid over de schadelijke gevolgen voor consumenten. Testmethodes om toekomstige schadelijke effecten in kaart te brengen, bestaan vaak nog niet. Zo moeten modellen herzien worden om de complexe genetische veranderingen van de nieuwe gentechgewassen te kunnen testen op toxicologische effecten.
Verder constateren de auteurs dat gentechgewassen met meervoudige modificaties nieuwe voordelen kunnen bieden en dat als gevolg daarvan ook "nieuwe geluiden kunnen klinken in de publieke opinie". Als nieuwe voordelen worden genoemd: gezondheidsbevorderende stoffen in de plant, teelt op natte, droge of zilte grond, kostenbesparing en 'natuurlijkheid', onder andere door verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het laatste aspect valt uit de toon in dit rijtje: het is absurd om gentechgewassen in vergelijking met gewone gewassen 'natuurlijk' te willen noemen (nog afgezien van het feit dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot nu toe juist omhoog gaat bij gentechgewassen).
Het boek geeft een brede risicoanalyse van de producten, waarin goed rekening gehouden wordt met de onzekerheid die er vaak is over de risico's. Wat echter ontbreekt is een analyse van het nut en de noodzaak van de producten. Van de nieuwe gentechgewassen worden wel de voor- en nadelen besproken, maar de risico's worden niet afgezet tegen het nut en de noodzaak: waarom zijn deze producten nodig? Ook bij "functionele levensmiddelen", een van de andere productgroepen, ontbreekt dit. De komst van zulke producten wordt als een gegeven beschouwd door de auteurs. Misschien valt het buiten het bereik van de studie om dit in twijfel te trekken, maar daardoor bespreekt het boek de risico's van producten zonder dat de zin van het maken van die producten besproken wordt. Vele consumenten zullen bij het lezen van het boek deze afweging missen, want die maken ze zelf wel. Door het ontbreken van deze afweging is het maar de vraag of de auteurs het bij het rechte eind hebben met hun hoopvolle constatering dat het publiek positiever zou kunnen reageren op een nieuwe generatie gentechgewassen.
Maar ook het voorbeeld van de (experimentele) 'farmagewassen' laat zien dat de auteurs een te rooskleurige blik hebben. Dit zijn planten die genetisch gemodificeerd zijn om medicijnen aan te maken. Hiervoor worden vaak voedselgewassen gebruikt. Misschien zijn het levensreddende medicijnen, maar de kans dat ze per abuis in ons voedsel terechtkomen, zal voor de meeste consumenten toch zwaarder wegen.
Een merkwaardige uitglijder wordt gemaakt bij de bespreking van de invloed van protocollen en wetenschappelijke modellen. Hier worden gentechgewassen als voorbeeld genomen en gesteld dat "groepen mensen het bijvoorbeeld een grote beperking vinden dat de langetermijneffecten voor het milieu worden onderzocht met een test van slechts dertig dagen. Onenigheid over de aannames van modellen en de interpretatie van onderzoeksresultaten kan leiden tot conflicten en blokkades in het maatschappelijke debat. Dit remt de open discussie en daarom is het goed om er in de beginfase al bij stil te staan." Dit voorbeeld is inderdaad een veelgehoord punt van kritiek, maar dat "lange termijn" in dit verband bezwaarlijk als dertig dagen gedefinieerd kan worden, is natuurlijk geen kwestie van een mening van bepaalde mensen. Geen enkel zichzelf respecterend wetenschappelijk tijdschrift zou dat accepteren. Voor toxicologische effecten is de standaard voor "lange termijn" bijvoorbeeld twee jaar. Dit punt mag niet als een mening beschouwd worden waarover gepraat kan worden: hier gaat het om het correcte gebruik van een wetenschappelijke standaard.
Ook is het een lacune dat de talloze serieuze aanwijzingen voor reële gezondheids- en milieuschade van bestaande gentechgewassen niet genoemd worden. De auteurs constateren weliswaar dat er in principe behoorlijke risico's zijn, maar laten het verder bij de stelling: "Het is niet duidelijk wat de onbedoelde gevolgen van genetische modificatie zouden kunnen zijn. Daarom is er nog weinig bekend over de ernst van het risico."
Persbericht VWA met het volledige boek (9 MB): http://www.vwa.nl/portal/page?_pageid=119,1639824&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_news_item_id=25122
