Risicobeoordeling van transgene planten schiet tekort
(Testbiotech, november 2011) – De risicobeoordeling van genetisch gemanipuleerde planten vertoont diverse tekortkomingen.Daarom blijven er onbeantwoorde vragen bestaan over milieu- en gezondheidsrisico’s, ook als bedrijven de planten veilig hebben bevonden.
Voor de eerste keer heeft gezamenlijk onderzoek van vier laboratoria aangetoond dat de resultaten van industriële en andere instellingen tot nu toe niet betrouwbaar en vergelijkbaar zijn, omdat ze zijn niet voldoen aan gestandaardiseerde methoden. Een nieuwe publicatie van een internationaal onderzoeksconsortium brengt dit aan het licht. De publicatie gaat over de wijze van meting in Bt-planten zoals het maïsras MON810. Deze planten produceren een insecticide-eiwit (een zogenaamde Bt-toxine) afkomstig uit bodembacteriën. Voor een goede beoordeling van de milieurisico's, alsook voor het voorkomen van resistentie van plaaginsecten, is het zeer relevant wat de Bt-toxines daadwerkelijk bevatten. Zonder betrouwbare gegevens kan de veiligheid van deze genetisch gemanipuleerde planten niet goed worden beoordeeld. "Onze gegevens benadrukken het belang van gestandaardiseerde protocollen voor alle laboratoria”, zegt András Székács van het Plant Protection Institute van de Hongaarse Academie van Wetenschappen. “Ze leveren overtuigend bewijs dat op dit moment de reproduceerbaarheid en de vergelijkbaarheid van de gerapporteerde Bt-toxine-metingen laag is. Zonder verdere validatie kunnen we de individuele resultaten van de Bt-toxine-concentraties niet aanmerken als definitief resultaat.” Als voorbeeld noemt hij de rapportage van Bt-concentraties in stuifmeel van MON 810-maïs. “Die vloeien voort uit een zeer klein aantal individuele studies."
Centrale vraag bij milieurisicobeoordeling en wettelijke besluitvorming is de inhoud van Bt-toxine in stuifmeel. Verschillende bestuivende insecten zoals bijen, wilde bijen, zweefvliegen en zelfs rupsen die zich voeden met bladeren waarop stuifmeel ligt verstrooid, kunnen het stuifmeel opnemen. Giftig stuifmeel is uiterst zeldzaam in de natuur, maar komt veelvuldig voor in gebieden waar genetisch gemanipuleerde Bt-planten worden gekweekt. Naast stuifmeel is ook het Bt-gehalte in wortels van belang. Dit kan immers invloed hebben op belangrijke bodemorganismen. Maar ook de Bt-inhoud in delen van planten die worden gebruikt voor levensmiddelen en diervoeders is van cruciaal belang, omdat er onbeantwoorde vragen blijven over de mogelijke effecten op de gezondheid. Bovendien is nog slechts zeer weinig onderzoek verricht naar de invloed van verschillende milieufactoren op de Bt-toxine in verschillende Bt-planten. Betrouwbare methoden voor het meten van Bt-concentraties in planten om studies te vergelijken, zijn daarom onmisbaar en dringend nodig.
Op dit moment zijn tien verschillende Bt-toxines toegestaan in genetisch gemanipuleerde gewassen die worden geïmporteerd naar de Europese Unie. Vaak zijn deze toxines zelfs gecombineerd in planten, zoals in de SmartStax. Dit maïsras is gezamenlijk ontwikkeld door Monsanto en Dow AgroSciences en produceert zes verschillende Bt-toxines. Zoals een recent rapport van Testbiotech aangeeft zijn deze planten nooit goed getest op mogelijke interacties van de verschillende combinaties van Bt-toxine, noch zijn betrouwbare methoden of gegevens gepresenteerd over de feitelijke inhoud van de ingebouwde insecticiden.
Het onderzoek en de publicatie werd gefinancierd als een pilotproject door het maatschappelijk middenveld in Duitsland, zoals stichting Gekko, Stichting Future Farming, Testbiotech en de Gesellschaft für ökologische Forschung. Het onderzoek werd uitgevoerd als een gezamenlijk project van leden van het Europees Netwerk van Wetenschappers voor Sociale- en Milieuverantwoordelijkheid (ENSSER).
Bron: http://www.testbiotech.de/en/node/578
